Vr. en Antw., Senaat, 2003-2004, nr. 3-5, blz. 365
Voorschotten
VRAAG
De waarborgsommen die op een bestelling worden betaald, vormen tegelijkertijd een voorschot en een afkoopsom. Als voorschot vormen zij een inning voor een belastbare transactie.
Als afkoopsom vormen zij de schadeloosstelling voor een commercieel nadeel. Is de schadeloosstelling van dat commercieel nadeel onderworpen aan de BTW? Moet de verkoper niet worden verplicht om een creditnota op te maken voor de BTW?
ANTWOORD
(minister van Financiën)
Krachtens de artikelen 17 en 22 van het BTW-Wetboek maakt de betaling van een voorschot met betrekking tot een aan de BTW onderworpen levering van goederen of dienst, de belasting opeisbaar over het betaalde bedrag, zelfs indien deze betaling wordt voorgesteld als een borgsom.
Wanneer de voorgenomen handeling uiteindelijk niet plaatsvindt omdat de klant de overeenkomst wenst te verbreken, is de belasting geheven over het voorschot vatbaar voor teruggaaf overeenkomstig artikel 77, § 1, 4°, van voornoemd wetboek. Volgens de modaliteiten bepaald in het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 moet de belastingplichtige een verbeterend stuk opmaken waarvan het dubbel als creditnota mag gelden in hoofde van de klant. Deze laatste is overigens verplicht de BTW terug te storten, voor zover hij deze BTW oorspronkelijk afgetrokken heeft.
Dat is zo, zelfs als de verkoper of de dienstverrichter het voorschot houdt als schadeloosstelling. Bovendien heeft dit behoud van het voorschot geen heffing tot gevolg. De vergoedingen die uitsluitend worden gevraagd tot herstel van schade ontsnappen immers aan de toepassing van de BTW, aangezien deze niet de tegenprestatie vormen van leveringen van goederen of diensten.