Vr. en Antw., Senaat, 2003-2004, nr. 3-24, blz. 1453
Gratis terbeschikkingstelling onroerend goed - Vrijstelling
VRAAG
Welk doel had de uitvoerende macht voor ogen wanneer zij het Parlement heeft voorgesteld artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek in te voegen? Die bepaling stelt van BTW vrij een aantal diensten inzake gratis terbeschikkingstelling van onroerende goederen, die dus niet aan de BTW onderworpen zijn omdat ze gratis zijn. Terzelfder tijd is evenwel artikel 19, § 1, a, van het BTW-Wetboek van toepassing zodat die diensten wel aan de BTW onderworpen zijn. Wat dus had moeten leiden tot een dienstverlening aan zichzelf en bijgevolg tot een storting van BTW in de Schatkist. Gaat de toepassing van artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek voor op die van artikel 19, § 1, a, van hetzelfde wetboek of is het andersom?
ANTWOORD
(vice-eerste minister en minister van Financiën)
Het doel dat nagestreefd werd met het amendement neergelegd door de regering naar aanleiding van de wijziging van het BTW-Wetboek op 1 januari 1993, was te voorkomen dat de belasting in welbepaalde situaties verschuldigd wordt. De verantwoording van de regering vermeldde aldus, bij wijze van voorbeeld, het geval van een vennootschap die een huis ter beschikking stelt van een werknemer en verduidelijkte dat zonder de voorgestelde wijziging deze terbeschikkingstelling zou worden belast (cf. Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers, gewone zitting, 1992-1993, 16 november 1992, doc. nr. 684/2-92/ 93, blz. 5).
Het ging er dus enkel om ervoor te zorgen dat hetzelfde fiscale regime, inzake de vrijstelling van artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek, van toepassing zou zijn op de gratis ter beschikkingstelling van onroerende goederen als datgene dat van toepassing is op de terbeschikkingstelling onder de bezwarende titel van diezelfde goederen.
Wat de tweede vraag gesteld door het geachte lid betreft, legt de structuur van de belasting over de toegevoegde waarde als algemeen principe op, dat eerst wordt bepaald of een handeling binnen het toepassingsgebied van de belasting valt - anders gezegd, of de handeling een levering van goederen, een dienst of een daarmee gelijkgestelde handeling is - alvorens te bepalen of deze handeling te belasten is of onder een vrijstelling valt.
In onderhavig geval dient derhalve eerst te worden vastgesteld of artikel 19, § 1, van het BTW-Wetboek al dan niet van toepassing is, vooraleer het voordeel van de vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 3, 2°, van datzelfde wetboek in overweging wordt genomen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.