Vr. en Antw., Senaat, 2003-2004, nr. 3-23, blz. 1411
Vrijstelling - Bevoegde overheid
VRAAG
Wat is de bevoegde overheid in de zin van elk van de volgende bepalingen:
•artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek (kinderbewaarplaatsen en zuigelingentehuizen),
•artikel 44, § 2, 4°, van het BTW-Wetboek (verschaffen van onderwijs),
•artikel 44, § 2, 9°, van het BTW-Wetboek (cultuurdiensten) ?
ANTWOORD
Wat de kinderbewaarplaatsen en zuigelingentehuizen bedoeld in artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek betreft, gaat de erkenning uit van hetzij "l'Office de la Naissance et de l'Enfance", hetzij van de "Dienst für Kind und Familie". Voor de vrijstelling die betrekking heeft op artikel 44, § 2, 4°, van hetzelfde wetboek, is de bevoegde overheid uitsluitend de minister van Financiën, zonder dat een bijzondere vergunning verplicht wordt gesteld. Elke instelling wordt aangemerkt als zijnde erkend door deze overheid zodra ze de voorwaarden daartoe vervult.
Voor de toepassing ten slotte van de vrijstelling bedoeld bij artikel 44, § 2, 9°, van het BTW-Wetboek, wordt onder bevoegde overheid verstaan de overheid die bevoegd is voor het beleid inzake cultuur.
De voorwaarden - onder meer wat de erkenning betreft waaraan de instellingen respectievelijk bedoeld in artikel 44, § 2, 2°, 4° en 9°, van het voornoemde wetboek moeten beantwoorden om de vrijstelling te genieten, worden uitvoerig toegelicht in de nummers 319, 321 en 328 van de BTW-Handleiding. Deze kan worden geconsulteerd op de website van de FOD Financiën www.fisconet.fgov.be.
Het geachte lid kan ook nuttige informatie vinden in de parlementaire vraag van 26 augustus 2002 van de volksvertegenwoordiger Yves Leterme (Bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer, Gewone Zitting 2002-2003, nr. 153, 27 januari 2003, blz. 19608-19609) over dezelfde problematiek.