VRAAG
Wordt er voldaan aan het passiviteitscriterium van de nieuwe btw-definitie voor de onroerende verhuur, indien de eigenaar van een gebouw tijdens de duur van de terbeschikkingstelling ervan verplicht is dat gebouw - dat moet dienen voor het gebruik waartoe het verhuurd wordt - te onderhouden en met name alle herstellingen uit te voeren die nodig zouden zijn, waaronder "het ruimen van putten en van sekreten"?
ANTWOORD
Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft de verhuur van onroerende goederen, dat een autonoom communautair rechtsbegrip is, omschreven als zijnde in de regel een betrekkelijk passieve activiteit, die enkel verband houdt met het tijdsverloop en in wezen daarin bestaat dat een verhuurder een huurder voor een overeengekomen tijdsduur en onder bezwarende titel, het recht verleent een onroerend goed te gebruiken als ware hij de eigenaar ervan en ieder ander van het genot van dat recht uit te sluiten.
Er dient bijgevolg een onderscheid te worden gemaakt tussen, enerzijds, de min of meer belangrijke verplichtingen die rusten op de verhuurder krachtens de huurovereenkomst en, anderzijds, de aard van het genot van het onroerend goed dat hij aan de huurder verleent. Het feit dat de partijen zouden zijn overeengekomen bedoelde contractuele verplichtingen in meer of mindere mate uit te breiden, houdt bijgevolg niet noodzakelijk in dat de activiteit van de verhuurder wat betreft de toekenning van dat genot ten gronde wordt gewijzigd.
In het geval bedoeld door het geachte lid blijkt de verhuurder a priori niet actief deel te nemen aan het beheer of het gebruik van het in huur gegeven onroerend goed, niettegenstaande de uitbreiding ten aanzien van het gemeen huurrecht van sommige van zijn verplichtingen.
Indien het geachte lid een concreet geval beoogt nodig ik hem uit mij alle elementen in feite en in rechte mede te delen zodat door de bevoegde diensten van mijn administratie een onderzoek kan worden ingesteld.