Onderhoud van bedrijfswagens · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

295 7 maart 2013

Zoeken

Onderhoud van bedrijfswagensBtw. Onderhoud van bedrijfswagens

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/295-onderhoud-bedrijfswagens-christian-brotcorne-bedrijfsvoertuig-2af4

Nummer
295
Datum
7 maart 2013

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/109, blz. 269

Btw - Onderhoud van bedrijfswagens

VRAAG

Kan uw administratie meedelen wanneer het Parlement de wet heeft aangenomen waarbij de ondernemingen vanaf 1 januari 2013 verplicht worden het recht op btw-aftrek voor het onderhoud en het brandstofverbruik van bedrijfswagens te beperken op grond van een algemeen forfait van 35 procent of volgens een andere methode?

ANTWOORD

(van de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)

Het algemeen forfait van 35 % waar het geachte lid naar verwijst, is één van de drie methodes die worden aangereikt door de administratie in het addendum van haar circulaireE.T.119.650/3 van 11 december 2012.

Dit addendum is in eerste instantie een verduidelijking van de wetswijziging die per 1 januari 2011 reeds in werking is getreden. Deze wetswijziging was het gevolg van een facultatieve omzetting van de Btw-Richtlijn. Het is dus geen nieuwe fiscale maatregel.

Op basis van voornoemde wetswijziging moet echter een systeem van rittenadministratie, worden bijgehouden. Dit systeem kan nog steeds worden gebruikt, alleen heeft de- administratie nu in dit addendum twee alternatieve methodes uitgewerkt om de ondernemingen te sparen van de grote administratieve last die zo'n rittenadministratie met zich meebrengt. Er wordt echter nogmaals benadrukt dat deze methodes in geen enkel opzicht de wettelijke principes inzake het recht op aftrek vervangen.

De administratie heeft die 35 % berekend aan de hand van een massa aan concrete gegevens, onder meer op basis van een Europese studie omtrent het beroepsgebruik van dergelijke voertuigen. Een forfaitaire benadering van het beroepsgebruik is vanzelfsprekend slechts een raming van de werkelijkheid. Het is dan ook aan de belastingplichtige om de keuze te maken welke methode hem het meest geschikt lijkt en om in voorkomend geval te beslissen om de aangereikte alternatieve methodes niet te gebruiken en een rittenadministratie bij te houden. Indien uit de rittenadministratie blijkt dat het privégebruik slechts 50 % bedraagt, dan zal 50 % worden toegepast en geen 35 %.