Vr. en Antw., Kamer
Teruggave van BTW bij verlies van schuldvordering ingevolge faillissement of gerechtelijk akkoord
VRAAG
Het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen voorziet in de terugbetaling van de overdrachttaks na definitieve sluiting van het faillissement.
Artikel 77, § 1, 7°, van het BTW-Wetboek, bepaalt dergelijke terugbetaling: «Wanneer de schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan». De BTW-administratie neemt inzake BTW het verlies aan wanneer de schuldenaar in het bezit is van een attest van de vereffenaar van het faillissement waarin bevestigd wordt dat op de ingediende schuldvordering geen enkel dividend zal uitgekeerd worden en dat de schuldvordering als verloren mag beschouwd worden.
Dezelfde voorwaarden worden echter niet toegepast bij terugvordering van de overdrachttaks. Dit niettegenstaande de BTW de overdrachttaks heeft opgevolgd en voor beide de wetgevende bepalingen op dezelfde materie betrekking hebben.
Dit kan zeer hinderlijke gevolgen hebben voor faillissementen waar jarenlange procedures de definitieve afsluiting in de weg staan.
Mijn vraag strekt ertoe van de heer Minister te vernemen:
1) waarom afwijkende maatstaven gehanteerd worden voor terugvordering van overdrachttaks en van BTW;
2) of hij voornemens is aan deze anomalie te verhelpen en, zo ja, in welke zin?
ANTWOORD
Op grond van artikel 77, § 1, 7°, van het BTW-Wetboek, wordt de van een bepaalde levering of dienst geheven BTW, tot beloop van het passende bedrag, teruggegeven wanneer de schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan.
Deze teruggaaf wordt toegestaan zodra het geheel of gedeeltelijk verlies van een schuldvordering vaststaat. De vraag wanneer het verlies van een schuldvordering als zeker mag worden beschouwd, hangt af van de omstandigheden eigen aan ieder geval.
Het verlies van een schuldvordering naar aanleiding van een faillissement of gerechtelijk akkoord is als vaststaand feit aan te merken op het tijdstip van de sluiting van de vereffening. Het is in de regel slechts op dat tijdstip dat het verlies van de schuldvordering met zekerheid kan worden vastgesteld.
Indien de belastingplichtige-schuldeiser evenwel in het bezit is van een attest van de curator waaruit blijkt dat het bedrag van de schuldvordering als volledig verloren is aan te merken, mag dat verlies als vaststaand worden geacht vanaf het tijdstip van de uitreiking van dat attest.
Het spreekt vanzelf dat het uitgereikte attest een welbepaalde schuldvordering moet vermelden waarvan bij de vereffening geen enkele betaling kan worden verkregen.
Mochten er zich momenteel nog gelijkaardige problemen stellen wat de toepassing betreft van het oud artikel 39, 1°, van Titel I - Overdrachttaks - van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, opgeheven bij artikel 94 van de wet van 3 juli 1969 tot invoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, verzoek ik het geacht Lid mij de preciese gegevens hiervan over te maken en zal hem dienaangaande het antwoord rechtstreeks worden verstrekt.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.