Oprichting, door een belastingplichtige, van zijn privé-woning. Toepassing · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

288 30 augustus 1989

Zoeken

Oprichting, door een belastingplichtige, van zijn privé-woning. ToepassingOprichting, door een belastingplichtige, van zijn privé-woning. Toepassing van artikel 19, § 2, van het BTW-Wetboek

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/288-oprichting-belastingplichtige-prive-woning-toepassing-c53c

Nummer
288
Datum
30 augustus 1989

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Oprichting, door een belastingplichtige, van zijn privé-woning - Toepassing van artikel 19, § 2, van het BTW-Wetboek

VRAAG

Een zelfstandige aannemer (ruwbouw) die in zijn vrije tijd een eigen woning optrekt, moet luidens artikel 19, § 2, BTW betalen op het normale loon dat voor dat werk zou verschuldigd zijn.

Een loontrekkende, tewerkgesteld in de bouwsector, kan identiek hetzelfde werk uitvoeren. Hem wordt op het eigen loon. dat fictief wordt toegekend bij de vaststelling van de normale waarde van zijn nieuwbouw, geen BTW aangerekend.

Meent de geachte Minister niet dat - voor zover mijn inlichtingen juist zijn - wij hier te doen hebben met een ernstige discriminatie?

ANTWOORD

Waar enerzijds artikel 19, § 2, van het BTW-Wetboek, tot doel heeft onder BTW-belastingplichtigen concurrentieverstoring te voorkomen, kan die bepaling anderzijds aanleiding geven tot de door het geachte Lid aangeklaagde toestand, die nochtans haar oorzaak vindt in het feit dat hetzelfde werk wordt verricht door een BTW-belastingplichtige die handelt in het kader van een werkzaamheid waarvoor hij de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft en een persoon die handelt als particulier ten aanzien waarvan geen BTW kan gevorderd worden over het door hemzelf occasioneel verrichte werk met betrekking tot de oprichting van zijn privé-woning.

Het is evenwel zo dat wanneer een BTW-belastingplichtige, natuurlijk persoon, zelf zijn privé-woning opricht, artikel 19, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek, slechts van toepassing is in de mate dat het verrichte werk behoort tot zijn beroepswerkzaamheid die hem de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige verleent.

Anderzijds mag evenmin uit het oog worden verloren dat een BTW-belastingplichtige, in tegenstelling tot een particulier, de BTW geheven van de aangekochte materialen die hij gebruikt voor het verrichten van werkzaamheden die op grond van bovengenoemd artikel 19, § 2, 1°, in zijnen hoofde belastbaar zijn, in principe in aftrek heeft gebracht. Het is dan ook normaal dat het gebruik van die materialen voor privé- of andere dan beroepsdoeleinden wordt belast.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 193 voorkomens