Belastingvrijstelling. Europese richtlijnen, verdragen en verordeningen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

287 24 juli 2008

Zoeken

Belastingvrijstelling. Europese richtlijnen, verdragen en verordeningen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/287-belastingvrijstelling-europese-richtlijnen-verdragen-verordeningen-f7f1

Nummer
287
Datum
24 juli 2008

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Belastingvrijstelling

Europese richtlijnen, verdragen en verordeningen

VRAAG

Met de zesde btw-richtlijn werd een relatief strikt stelsel ingevoerd dat de lidstaten toestaat kleine ondernemingen vrij te stellen van de belasting. Ingevolge de opeenvolgende uitbreidingen van die richtlijn werden er op die bepalingen tal van afwijkingen toegestaan, waardoor een situatie is ontstaan waarin de lidstaten geenszins op gelijke voet behandeld worden. In België geldt de vrijstelling hoofdzakelijk de drempel voor de vrijstelling, waardoor er onder de ongeveer 6.130 euro per jaar geen btw betaald hoeft te worden. Bovendien mochten lidstaten die bij de goedkeuring van de zesde btw-richtlijn reeds een hogere vrijstellingsdrempel hanteerden dan die waarin voornoemde richtlijn voorziet, die drempel handhaven en zelfs optrekken zodat de reële waarde ervan behouden blijft. De Commissie heeft nu geoordeeld dat de lidstaten meer flexibiliteit moeten krijgen bij de bepaling van de drempel waaronder belastingplichtigen vrijgesteld kunnen worden. Er wordt bijgevolg voorgesteld de btw-drempel vast te stellen op maximaal 100.000 euro, waardoor de lidstaten over de noodzakelijke autonomie zouden beschikken om het stelsel in te voeren dat zij het meest geschikt achten, rekening houdend met de structuur van hun nationale economie. 1. Welk standpunt werd op de Ecofintoppen inzake de vereenvoudiging van het btw-stelsel door België voorgestaan met betrekking tot de richtlijn van de Raad tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG met het oog op de vereenvoudiging van de btw-verplichtingen? 2. a) Wat is het uiteindelijke standpunt van de Raad in het kader van die richtlijn? b) Hoe wordt die richtlijn concreet toegepast in België?

ANTWOORD

De bedoelde regeling is bepaald bij artikel 56, § 2, van het Btw-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 19 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingsregeling. Kleine ondernemingen waarvan het omzetcijfer 5 580 euro niet overschrijdt, kunnen aldus belastingvrijstelling genieten en dienen geen btw aan te rekenen op de handelingen die ze verrichten. Daarentegen kunnen deze ondernemingen de belasting geheven op de goederen en diensten die ze gebruiken voor het verrichten van hun vrijgestelde handelingen niet in aftrek brengen.

In 2004 heeft de Commissie voorgesteld de lidstaten de mogelijkheid te geven de drempel van het jaarlijks omzetcijfer op te trekken om de kleine ondernemingen tot een bedrag van 100 000 euro van de btw te kunnen vrijstellen. Dit voorstel, dat deel uitmaakte van een breder geheel, kreeg evenwel niet de steun van de lidstaten.

Hoewel de tekst van het huidige artikel 285 van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 (artikel 24, punt 2, b), van de zesde richtlijn 77/388/EG van de Raad van 17 mei 1977) geen flexibiliteit toelaat inzake de drempelgrens van deze bijzondere regeling, behouden de lidstaten de mogelijkheid om een aanvraag tot afwijking op basis van artikel 395 van deze richtlijn in te dienen.

Op grond van bedoeld artikel 395 kan de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen elke lidstaat machtigen bijzondere afwijkende maatregelen aan voornoemde richtlijn 2006/112/EG te treffen, teneinde de belastinginning te vereenvoudigen of bepaalde vormen van belastingfraude of -ontwijking te voorkomen.

De maatregelen tot vereenvoudiging van de belastinginning mogen geen noemenswaardige invloed hebben op de totale belastingopbrengst van de lidstaat in het stadium van het eindverbruik.

Derhalve dient de weerslag van de verhoging van de vrijstellingsdrempel in ieder geval niet alleen te worden geëvalueerd in functie van de administratieve vereenvoudiging voor de betrokken ondernemingen maar eveneens in functie van de budgettaire weerslag die deze maatregel met zich mee zal brengen.

Aangehaalde teksten

4
WBTW art. 561 voorkomen
Zesde richtlijn 77/388 art. 3951 voorkomen
btw-richtlijn 2006/112 art. 2851 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … het oog op de vereenvoudiging van de btw-verplichtingen? 2. Wat is het uiteindelijke standpunt van de Raad in het kader van die richtlijn, en hoe wordt de richtlijn concreet toegepast in België? ANTWOORD Ik verwijs het geachte lid naar het antwoord op de vraag nr. 287 van de heer Volksvertegenwoodiger Philippe Henry van 24 juli 2008 (Vragen en Antwoorden , Kamer , 2007-2008 , nr. 33, blz. 8363-8364). »

Vrijstellingsdrempel. europese richtlijnen, verdragen en verordeningenParlementaire vraag29.10.2008

Bekijk het document