Personenbelasting, vennootschapsbelasting, bericht van wijziging, beginselen van behoorlijk bestuur · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

277 2 februari 2009

Zoeken

Personenbelasting, vennootschapsbelasting, bericht van wijziging, beginselen van behoorlijk bestuurpersonenbelasting - vennootschapsbelasting - belasting over de toegevoegde waarde - bericht van wijziging - beginselen van behoorlijk bestuur - rechtszekerheid van de belastingplichtige

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/277-personenbelasting-vennootschapsbelasting-bericht-wijziging-beginselen-499d

Nummer
277
Datum
2 februari 2009

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 277 van mevrouw Ingrid Claes dd. 02.02.2009

Personenbelasting

Vennootschapsbelasting

Belasting over de toegevoegde waarde

Bericht van wijziging

Beginselen van behoorlijk bestuur

Rechtszekerheid van de belastingplichtige

VRAAG

Door de fiscale ambtenaren wordt als motivering van sommige administratieve handelingen en onderzoeksdaden en wordt in de berichten van wijziging van aangifte, in directoriale beslissingen en in de bij de rechtbanken neergelegde conclusies soms uitdrukkelijk verwezen naar het algemeen rechtsbeginsel "nemo censetur ignorare legem". Dit houdt in dat iedereen geacht wordt zorgvuldig alle wetten te kennen. De belastingplichtige kan met andere woorden nooit het excuus inroepen dat hij niet wist dat een of meer stokoude of nieuwe (fiscale) (reparatie)wetten bestaan, moesten worden nageleefd of ondertussen werden vernietigd door het Grondwettelijk Hof, dat een of andere fiscale aangifte of aanvraag tijdig had moeten zijn ingediend en/of dat een of andere fiscale formaliteit nauwgezet diende gerespecteerd te worden. Niettegenstaande het Belgisch Staatsblad en de portaalsites van de Federale Overheidsdiensten Financiën en Justitie via het internet voortaan al zeer toegankelijk en klantvriendelijk zijn, is het zelfs voor fiscalisten en juristen uiteraard praktisch volstrekt onmogelijk om alle op een of andere fiscale situatie toepasselijke wetten precies te kennen en om er bovendien de juiste gerechtelijke interpretatie van terug te vinden op Juridat (www.cass.be) en/of op Fisconetplus.Daarnaast is het duidelijk dat ook rechtsdwalingen geregeld kunnen voorkomen. Bovendien is het voor de gewone burgers en voor de kleine zelfstandigen en KMO's die (nog) niet over een internetverbinding beschikken, bijlange niet vanzelfsprekend om alle op hen toepasselijke fiscale wetten terug te vinden en om dagelijks het Belgisch Staatsblad integraal te raadplegen.

Ter zake rijzen dan ook de volgende algemene fiscale vragen.

1. a) Moeten de ambtenaren dit algemeen rechtsbeginsel op een zeer strenge wijze toepassen?

b) Hoe luiden de onderrichtingen die op fiscaal vlak nopens dit algemeen rechtsbeginsel reeds werden uitgevaardigd aan het adres van de belasting- en de btw-ambtenaren?

c) In ontkennend geval, welke administratieve instructies zullen er ten behoeve van de btw- en belastingambtenaren weldra worden uitgevaardigd?

2. Geldt dit algemeen rechtsbeginsel eveneens voor alle reglementaire bepalingen (koninklijke en ministeriële besluiten), alsook voor alle administratieve berichten officieel gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad?

3. Treden de btw- en belastingadministraties, met inachtneming van het beginsel "ad impossibile nemo tenetur", dienaangaande met de nodige soepelheid op en beschouwen zij bij het sanctioneren van de overtredingen de vastgestelde tekortkomingen als te goeder trouw begaan?

ANTWOORD

(Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)

Wanneer het algemeen rechtsbeginsel nemo censetur ignorare legem - iedereen wordt verondersteld de wet te kennen - wordt tegengeworpen in het btw-stelsel dient zijn interpretatie te worden uitgebreid tot de legiferende criteria die worden opgelegd door het Hof van Justitie van de Europese gemeenschappen (Brussel, 17 april 2008, 2004/ AR/1611).

In hoofde van de burger dient dit beginsel evenwel te worden genuanceerd in die zin dat dit principe niet inhoudt dat alle burgers alle wetten dienen te kennen. Het betekent dat de burger de wet dient te kennen die op hem van toepassing is in de omstandigheden waarin hij zich bevindt (Hens, T., Over het adagium Nemo censetur ignorare legem en de zorgvuldigheidsnorm, noot onder Rb. Leuven, 5 oktober 1991, R.W., 1994-95, 1062-1063). Om de houding van de gerechtelijke en uitvoerende macht te bepalen t.o.v. dit rechtsbeginsel in een fiscale omgeving dient te worden uitgegaan van het feit dat de hier beoogde wetgeving van openbare orde is. Geen enkel lid van de samenleving mag dus vrijwillig afwijken van de wettelijke voorschriften. Het verbreden of ruimer maken van een tekst (...) door interpretatie ervan is een ongezonde praktijk (Gent, 18 april 1989, F.J.F., 1989, 338). Dit geldt eveneens voor de problemen die een interpretatie kunnen meebrengen hetzij, al naar het geval, voor het verleden of voor de toekomst (Cfr. het arrest van 27 maart 1980, Denkavit Italiana SRL., 61/79, Jurispr. 1980, 01205). Enkel het reeds genoemde Hof van Justitie kan hierop een uitzondering dicteren.

De gerechtelijke en uitvoerende macht zijn aldus gebonden door de zo-even genoemde openbare orde die geldt in de fiscale wetgeving. Deze strenge houding moet echter worden geplaatst in het normenraam van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. In casu is hier vooral het beginsel van de rechtzekerheid van toepassing en bij uitbreiding ervan het afgeleide beginsel van het vertrouwen. De toe te passen wegingscriteria ter zake zijn vastgelegd in het arrest van 14 september 2006, Elmeka NE, C-181/04 t.e.m. 183/04, Internet Cvria). Enkel in deze laatste omstandigheid kan de burger de onoverkomelijkheid of verschoonbaarheid bij de rechtsdwaling - ignorantia iuris - inroepen. In alle andere gevallen staat de procedure, die voortvloeit uit het artikel 1382 van het Belgisch Burgerlijk wetboek, ter beschikking van de burger.

In concreto moet aldus aan de volksvertegenwoordiger worden geantwoord dat de ambtenaren gebonden zijn aan de hierboven uiteengezette logica. Anders redeneren tast immers de coherentie aan van het rechtssysteem s.l. en bij uitbreiding de onderscheiden belastingsystemen. Voor het btw-stelsel komt deze andere redenering ook nog over als een schending van artikel 10 van het EG-Verdrag en van het beginsel van de gelijke behandeling, inzonderheid van het neutraliteitsbeginsel (cfr. arrest van 10 juli 2008, Alicja Sosnowska, C-25/07, Internet, Cvria; arrest van 17 juli 2008, Commissie/Italiaanse Reppubliek, C-132/06, Internet, Cvria).

Aangehaalde teksten

4