Terugbetaling van een in strijd met het EU-recht geïnde belasting · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

271 1 maart 2021

Zoeken

Terugbetaling van een in strijd met het EU-recht geïnde belasting

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/271-terugbetaling-in-strijd-eu-recht-3165

Nummer
271
Datum
1 maart 2021

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 271 van de heer Josy Arens d.d. 01.03.2021

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/046 d.d. 07.04.2021, blz. 181

Vraag nr. 271 van de heer volksvertegenwoordiger Josy Arens van 01 maart 2021 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Terugbetaling van een in strijd met het EU-recht geïnde belasting.

VRAAG

Er moet een in strijd met het Europees recht geïnde belasting terugbetaald worden.

Klopt het dat belastingen zoals btw, accijnzen of andere indirecte belastingen niet moeten worden terugbetaald aan de schuldenaar van de belasting, maar aan degene die er de economische last van gedragen heeft? Zo ja, hoe valt een dergelijke interpretatie te rijmen met die van het Hof van Justitie van de Europese Unie, volgens welke het gemeenschapsrecht zich ertegen verzet dat een lidstaat weigert een in strijd met het gemeenschapsrecht geheven heffing terug te betalen aan een leverancier/dienstverrichter louter omdat die in de door die leverancier/dienstverrichter in rekening gebrachte detailhandelsprijs doorberekend en aldus op derden verhaald werd?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 02.04.2021:

U beoogt blijkbaar de situatie waarbij btw werd aangerekend die niet verschuldigd was (heffing op een niet belastbare handeling). De rechthebbende op teruggaaf is in de regel diegene die de btw aan de staat heeft voldaan.

Voor wat de binnenlandse handelingen en de intracommunautaire verwervingen van goederen betreft, is dit aldus:

- hetzij de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon die de terug te geven belasting heeft opgenomen in het bedrag van de verschuldigde belasting ingeschreven in de aangifte en die deze belasting aan de schatkist heeft gestort, wanneer het gaat om handelingen gesteld door de belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon die naargelang het geval gehouden is tot de indiening van de aangifte beoogd in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, of artikel 53ter, 1°, van het Btw-Wetboek;

- hetzij, voor de andere gevallen, de persoon die kan aantonen dat hij op een regelmatige wijze de btw aan de schatkist heeft betaald.

Overeenkomstig artikel 4, § 1, 1°, van het koninklijk besluit nr. 4, van 29 december 1969, met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde moet de belastingplichtige of de niet-belastingplichtige rechtspersoon die, naargelang van het geval gehouden is de in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, of artikel 53ter, 1°, van het Btw-Wetboek bedoelde aangifte in te dienen, een verbeterend stuk opmaken met vermelding van het voor teruggaaf vatbare bedrag om zijn vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen.

De belastingplichtige gehouden tot het indienen van aangiften beoogd in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek moet geen dubbel van het verbeterend stuk uitreiken aan zijn medecontractant in geval van teruggaaf van btw die werd voldaan voor een handeling met een particulier, zonder dat een factuur werd uitgereikt omdat die uitreiking niet verplicht was. Hij moet, in principe, kunnen bewijzen dat hij de ten onrechte in rekening gebrachte belasting aan zijn afnemer heeft terugbetaald.

Indien evenwel werd aangetoond dat de prijzen 'btw inbegrepen' werden vastgesteld en aan de klanten een bedrag werd aangerekend zonder dat de aangerekende btw afzonderlijk werd vermeld, moet de belastingplichtige niet aantonen dat hij de te veel aangerekende btw aan zijn klanten heeft terugbetaald, om zijn vordering tot teruggaaf te kunnen uitoefenen.

Wat de accijnzen betreft geschiedt de terugbetaling in hoofde van de persoon die de accijnzen heeft voldaan of aan de personen die hem in zijn rechten en verplichtingen hebben opgevolgd (artikel 10 van de wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen).

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 53ter2 voorkomens
KB nr. 4 art. 41 voorkomen
WBTW art. 531 voorkomen