Vr. en Antw., Senaat
Terbeschikkingstelling van autovoertuigen door een vennootschap aan haar vennoten, beheerders of zaakvoerders voor privé-gebruik - Belastbare handeling - Aftrek
VRAAG
Ik heb vernomen dat bij bepaalde BTW-controles een BTW van 25 pct. wordt opgelegd voor voordelen van alle aard betreffende auto's waarover de bestuurders en verantwoordelijken van vennootschappen beschikken.
Aangezien de BTW op kosten voor auto's voor dubbel gebruik slechts voor de helft aftrekbaar is, is het resultaat dus een dubbele BTW-aanslag die - met name op brandstof - een totaal van 37,5 pct. bereikt.
Deze praktijken lijken mij regelrecht in te druisen tegen een basisprincipe van de BTW, nl. het vermijden van een dubbele aanslag.
Kunt u mij zeggen of deze praktijken wettelijk zijn en, zo neen, instructies geven aan uw diensten om deze dubbele aanslag te vermijden?
ANTWOORD
Wanneer een vennootschap automobielen ter beschikking stelt van haar vennoten, beheerders of zaakvoerders, die deze gebruiken voor hun privé-reizen, moet ze in haar relatie tot deze personen de belasting van 25 pct. voldoen, of wel over de vergoeding die zij hun voor dit gebruik aanrekent, ofwel over het totale bedrag van het voordeel van alle aard dat hiervoor door de Administratie der directe belastingen in aanmerking wordt genomen als er geen vergoeding wordt berekend. In beide gevallen wordt het genot van het goed immers onder bezwarende titel toegestaan.
De heffing van de BTW wegens de terbeschikkingstelling van de auto's doet, in hoofde van de vennootschap, geen afbreuk aan de toepassing van artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek op grond waarvan de aftrek ten aanzien van de levering en invoer van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen, en ten aanzien van leveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen, in geen geval hoger mag zijn dan 50 pct. van de betaalde belasting.
Inderdaad, op dit artikel kan geen enkele andere afwijking worden aangenomen dan die welke uitdrukkelijk worden bepaald.