Prestaties van gerechtelijke deskundigen. Dienstverrichtingen voor de overheid. Verschuldigdheid van de belasting. · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

268 13 september 1990

Zoeken

Prestaties van gerechtelijke deskundigen. Dienstverrichtingen voor de overheid. Verschuldigdheid van de belasting.Prestaties van gerechtelijke deskundigen. Dienstverrichtingen voor de overheid. Verschuldigdheid van de belasting. Tijdstip. Administratieve tolerantie

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/268-prestaties-gerechtelijke-deskundigen-dienstverrichtingen-overheid-5ae7

Nummer
268
Datum
13 september 1990

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Prestaties van gerechtelijke deskundigen - Dienstverrichtingen voor de overheid - Verschuldigdheid van de belasting - Tijdstip - Administratieve tolerantie

VRAAG

Artikel 22 van het BTW-Wetboek bepaalt dat de belasting voor dienstverstrekkingen verschuldigd is wanneer de verstrekking voltooid is of wanneer de prijs geheel of gedeeltelijk is aangerekend.

Er moet in dat opzicht een onderscheid gemaakt worden tussen een prijs die voor de dienstverstrekkende een liquide en vaste schuldvordering is en de prijs die hij de gebruiker voorstelt en pas na diens instemming een schuldvordering wordt.

Laatstgenoemd geval is dat van de deskundigen bij het gerecht van wie de werkzaamheden onderworpen zijn aan de BTW, dan aangesteld worden om de strafrechtbanken bij te staan en die bij het departement staten indienen waarbij zij honoraria voorstellen: de overheid kan daarmee al dan niet instemmen of de indiener verzoeken zijn voorstel te wijzigen.

Is de BTW pas verschuldigd wanneer de gebruiker zijn instemming betuigt?

ANTWOORD

Op grond van de artikelen 17 en 22 van het BTW-Wetboek, is de BTW verschuldigd hetzij op het tijdstip van de levering van het goed of de voltooiing van de dienst, hetzij wanneer voor dat tijdstip de prijs of een deel ervan wordt gefactureerd, ontvangen of vervalt.

Ten aanzien van de levering van goederen en diensten aan openbare instellingen, aanvaardt de administratie evenwel sinds het in werking treden van de BTW, dat de belasting slechts verschuldigd wordt op het tijdstip dat de openbare instelling aan de leverancier haar instemming betuigt met de geleverde goederen of gepresteerde diensten.

Ten aanzien van de door een gerechtelijke deskundige gepresteerde diensten, wordt de belasting bijgevolg slechts verschuldigd op het tijdstip waarop die deskundige in kennis wordt gesteld van de definitieve begroting van zijn kosten en honoraria door de bevoegde overheid. Dit standpunt werd overigens reeds verwoord in punt 15 van de administratieve aanschrijving van 25 juli 1979, nr. 15 Z. Revue nr. 41, blz. 518 , met betrekking tot, inzonderheid, de regeling die op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde toepasselijk is op de prestaties van gerechtelijke deskundigen.

Die regel geldt niet alleen wanneer de gerechtelijke overheid als de opdrachtgever van de deskundige moet worden aangemerkt maar eveneens wanneer de deskundige de gedingvoerende partijen of ייn ervan als opdrachtgever heeft, aangezien ook in dat geval de honoraria en de kosten van de deskundige door de rechter of de aangestelde rechter moeten worden begroot (Ger. Wetb., art. 984 en 985, vierde lid).

Ofschoon het bedrag van de verschuldigde BTW reeds dient te worden opgenomen in de staat van de kosten en honoraria die wordt opgesteld onderaan het verslag dat door de deskundige ter griffie van de rechtbank moet worden ingediend, moet de eigenlijke factuur voor het honorarium door de deskundige aan zijn opdrachtgever slechts worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag van de maand die volgt op die waarin hij in kennis wordt gesteld van de definitieve begroting van zijn kosten en honoraria.

Wanneer de deskundige evenwel gebruik maakt van zijn recht om een gedeelte van het op de griffie van de rechtbank in consignatie gegeven voorschot op te nemen (Ger. Wetb., art. 990, laatste lid), is de BTW verschuldigd op het tijdstip waarop dit voorschot hem ter beschikking wordt gesteld. De factuur met betrekking tot dit voorschot en de daarover verschuldigde BTW moet dan worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag van de maand die volgt op de datum van de terbeschikkingstelling.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 222 voorkomens
WBTW art. 171 voorkomen