Teruggaaf op het einde van het jaar van een betalingkrediet vanaf · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

265 8 juni 1984

Zoeken

Teruggaaf op het einde van het jaar van een betalingkrediet vanaf

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/265-teruggaaf-einde-jaar-betalingkrediet-vanaf-24e8

Nummer
265
Datum
8 juni 1984

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Teruggaaf op het einde van het jaar van een betalingkrediet vanaf 10.000 frank

VRAAG

Onlangs werd de reglementering op de terugbetaling van BTW-credit gewijzigd, derwijze (als ik het goed voorheb) dat het credit per 31 december niet terugbetaald, maar overgedragen wordt als het minder dan 10.000 frank bedraagt, ook al vraagt de belastingplichtige de terugbetaling.

Heeft U niet uit het oog verloren dat de betrokken natuurlijke of rechtspersonen niet noodzakelijk winst nastreven: er zijn ook een aantal VZW's die deze hoedanigheid hebben aangenomen ingevolge artikel 44, § 2, 11°, a contrario van het BTW-Wetboek, en die meestal een cultureel doel beogen?

Per 31 december hebben ze vaak een credit van BTW omdat ze echt geen winst nastreven en omdat op hun uitgaande verrichtingen (verkoop van boeken, entreegeld voor culturele instellingen) 6 pct. BTW geheven wordt, maar 19 pct. op hun ingaande verrichtingen (algemene kosten).

Als ze in het begin van het jaar het credit, dat op 31 december bleek, niet terugbetaald krijgen, dan kunnen de onbemiddelde belastingplichtigen ertoe verplicht worden bij een bank een kaskrediet te vragen tegen hoge rentevoet, hoewel ze een schuldvordering op de Staat hebben.

De grens van 10.000 frank is des te nadeliger naarmate de VZW klein is, wat vaak het gevolg van haar echte onbaatzuchtigheid is.

Kan u tegen 31 december 1984 op de regel van 10.000 frank een uitzondering toestaan voor de belastingplichtige VZW's met uitsluitend cultureel doel? Deze vereiste kan VZW's waarvan de onbaatzuchtigheid twijfelachtig is, van dit voordeel uitsluiten.

ANTWOORD

Artikel 81 van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 ( Belgisch Staatsblad van 31 december 1969) met betrekking tot de terugbetalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd door artikel 1 van het koninklijk besluit van 7 februari 1972 ( Belgisch Staatsblad van 30 mei 1972), werd vervangen door de bepaling vervat in artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 mei 1984 ( Belgisch Staatsblad van 31 mei 1984).

Deze bepaling voorziet, in paragraaf 2, 1°, dat, op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige, voor teruggaaf vatbaar is het bedrag verschuldigd door de Staat na het indienen van de aangifte met betrekking tot het laatste aangiftetijdvak van het kalenderjaar -, wanneer het 10.000 frank bereikt.

Deze nieuwe bepaling werd aangenomen om het groot aantal terugbetalingen te vermijden die zouden moeten verricht worden voor de bij het einde van het jaar vastgestelde belastingkredieten waarvan het bedrag geen werkelijke last inzake prefinanciering van de ondernemingen meebrengt. Het voorzien in afwijkingen voor specifieke gevallen, zoals die waarvoor het geachte Lid zich interesseert, zou ernstige moeilijkheden en verwikkelingen bij de toepassing van de nieuwe maatregel meebrengen.

Aangehaalde teksten

1
KB nr. 4 art. 811 voorkomen