Voorschotfactuur. geldboete. vooruitbetaling van de belasting · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

262 3 juli 2008

Zoeken

Voorschotfactuur. geldboete. vooruitbetaling van de belasting

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/262-voorschotfactuur-geldboete-vooruitbetaling-belasting-potter-c07b

Nummer
262
Datum
3 juli 2008

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Voorschotfactuur

Geldboete

Vooruitbetaling van de belasting

VRAAG

Bij betaling van de prijs of een deel ervan vóór het tijdstip van de levering of vóór de voltooiing van de dienst (voorschot), wordt de btw opeisbaar op het tijdstip van de incassering. De belastingplichtige is bijgevolg gehouden tot het uitreiken van een voorschotfactuur wanneer het tijdstip van de incassering de maand van de levering of de voltooiing van de dienst voorafgaat. Wanneer geen voorschotfactuur wordt uitgereikt, maar het geheel van de prijs wordt gefactureerd naar aanleiding van de levering of de voltooiing van de dienst (totaalfactuur) rijzen de volgende vragen met betrekking tot de regularisatie, de toepassing van de administratieve geldboeten en de heffing van nalatigheidsintresten. We veronderstellen dat de betaling van het voorschot de verschuldigdheid van de btw tot gevolg heeft en dit in een eerder btw-aangiftetijdvak dan in hetwelk de btw op de totaalfactuur tijdig wordt opgenomen. 1. Dient met toepassing van artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 41 (hierna: KB nr.) de totaalfactuur te worden beschouwd als en spontane rechtzetting of dient vanuit een strikt formalistische visie de totaalfactuur eerst te worden gecrediteerd met het voorschotbedrag en alsnog een weliswaar laattijdige voorschotfactuur te worden uitgereikt teneinde de proportionele geldboete van Rubriek I van Tabel C in bijlage bij KB nr. 42 te vermijden? 2. a) Als de totaalfactuur niet de juiste gegevens vermeldt met betrekking tot het voorschot (bijvoorbeeld de datum van de opeisbaarheid van de btw), kan dan alsnog de proportionele geldboete van Rubriek II van Tabel C in bijlage bij KB nr. 41 worden opgelegd? b) Zo ja, heeft de opmaak van een verbeterend stuk waarin de ontbrekende gegevens alsnog worden opgenomen voor de tussenkomst van een fiscale administratie, de kwijtschelding tot gevolg? 3. a) Heeft de verwijzing in Rubriek II, eerste afdeling van de bijlage KB nr. 40 naar artikel 53, eerste lid, 2° WBTW tot gevolg dat de toepasselijke geldboete niet kan worden opgelegd nu artikel 53 WBTW werd herschikt in paragrafen ingevolge artikel 7 van de wet van 28 januari 2004? b) Zo niet, kan er een administratieve niet-proportionele geldboete worden opgelegd wegens het niet-uitreiken van een voorschotfactuur ondanks de totaalfactuur? c) Zo niet, kan er een administratieve niet-proportionele geldboete worden opgelegd wegens het ontbreken of onjuistheden in de vermeldingen met betrekking tot het voorschot aangebracht in de totaalfactuur? d) Zijn de boeten onder b) en c) cumuleerbaar? e) Hoe kan een belastingplichtige zijn toestand spontaan regulariseren ten einde de niet-proportionele geldboete te vermijden die rubriek II, eerste afdeling van de bijlage bij KB nr. 44 bepaalt? 4. Wanneer doelbewust geen voorschotfactuur werd uitgereikt met het oog op het omzeilen van een andere niet-fiscale wetgeving waarbij de datum van facturatie van belang is, kan er, gelet op het openbare ordekarakter van de btw-wetgeving nog sprake zijn van een toevallige onregelmatigheid conform het barema van de verminderingen zoals bekendgemaakt in rubriek 2 van tabel VI, van het bericht gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2002, blz. 34.486? 5. a) Aangezien de nalatigheidsintresten van rechtswege verschuldigd zijn, heeft de belastingplichtige de verplichting om spontaan deze te betalen naar aanleiding van de opmaak van de totaalfactuur? b) Zo ja, welke sancties kunnen worden opgelegd wanneer geen nalatigheidsintrest spontaan wordt betaald? c) Zo ja, op welke wijze vindt de betaling plaats?

ANTWOORD

Het geachte lid beoogt het geval waarbij geen factuur werd uitgereikt bij de incassering van een voorschot, maar waarbij de totale prijs gefactureerd werd naar aanleiding van de levering van het goed of de voltooiing van de dienst. De totaalfactuur geeft de onderscheiden vermeldingen met betrekking tot dit voorschot niet afzonderlijk weer. De btw op het voorschot is verschuldigd in een eerder btw-aangifte tijdvak dan de btw op het saldo.

In dat geval zijn er met betrekking tot de toepassing van de btw drie overtredingen begaan, de globale toestand moet bijgevolg geregulariseerd worden.

- Het voorschot is in fine te laat gefactureerd, wat een overtreding uitmaakt van artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

- Het ontbreken van de factuurvermeldingen met betrekking tot het voorschot is een overtreding van artikel 5 van voornoemd koninklijk besluit nr. 1.

- Het laattijdig betalen van de belasting met betrekking tot het voorschot is een overtreding van artikel 53, § 1, eerste lid, 3o, van het Btw-Wetboek.

De boete bedoeld in het koninklijk besluit nr. 41 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, tabel C, is genomen ter uitvoering van artikel 70, § 2, van het Btw-Wetboek en is ter zake niet van toepassing. De administratie gaat er in de beoogde situatie immers van uit dat de volledige maatstaf van heffing is gefactureerd, zij het voor een gedeelte laattijdig. Bovendien zijn het andere factuurvermeldingen met betrekking tot het voorschot dan de in artikel 70, § 2, van het Btw-Wetboek geciteerde factuurvermeldingen die uiteindelijk ontbreken.

De belastingplichtige krijgt de volgende sancties opgelegd voor de drie begane overtredingen.

Het feit dat het voorschot te laat werd gefactureerd, wordt bestraft overeenkomstig artikel 70, § 4, van het Btw-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 44 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, eerste afdeling, II. De in deze rubriek II opgenomen verwijzing naar artikel 53 van het Btw-Wetboek stemt inderdaad niet meer overeen met de huidige tekst van laatstgenoemde wetsbepaling. Het betreft een louter technische en geen inhoudelijke aanpassing die zo spoedig mogelijk zal doorgevoerd worden. De huidige toepassing ervan is hierdoor niet belet. Het bedrag van deze boete wordt overeenkomstig het barema van de verminderingen van de administratieve geldboeten, gepubliceerd in het BelgischStaatsblad van 8 augustus 2002, blz. 34486-34503, en meer bepaald tabel VI, 1), verminderd. Het is nooit mogelijk een laattijdige factuur te regulariseren. De vijfde werkdag van de maand na die waarin de belasting overeenkomstig de artikelen 17, § 1 en 22, § 2, van het Btw-Wetboek opeisbaar werd, is immers verstreken.

Het ontbreken van de in artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde vermeldingen met betrekking tot het voorschot, wordt eveneens bestraft overeenkomstig artikel 70, § 4, van het Btw-Wetboek en de eerste afdeling, II, van genoemd koninklijk besluit nr. 44. Het bedrag van deze boete wordt overeenkomstig tabel VI, 2), van voornoemd barema van de verminderingen van de administratieve geldboeten verminderd. Wanneer doelbewust geen voorschotfactuur wordt uitgereikt betreft het een onregelmatigheid die niet als toevallig kan worden beschouwd zoals bedoeld in B van VI, 2).

Het ontbreken van de onderscheiden vermeldingen met betrekking tot het voorschot, zoals bijvoorbeeld de datum van incassering, de maatstaf van heffing en de btw, moet daarentegen rechtgezet worden. Uiteraard voorkomt men op die manier de van toepassing zijnde boete. Dit kan door het uitreiken van een creditnota ten belope van het voorschot en het vooralsnog uitreiken, op dezelfde dag, van een, weliswaar laattijdige, voorschotfactuur voor het bedrag van het voorschot. Hetzelfde resultaat zou onmiddellijk bereikt geweest zijn, indien bedoelde vermeldingen met betrekking tot het voorschot op de totaalfactuur afzonderlijk werden weergegeven.

De boete wegens laattijdige uitreiking van de voorschotfactuur en deze met betrekking tot het ontbreken van bepaalde verplichte vermeldingen kunnen gecumuleerd worden, maar de som mag, gelet op de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 44 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, eerste afdeling, II, nooit meer bedragen dan 50 euro per document.

De derde overtreding, met name de laattijdige voldoening van de btw met betrekking tot het voorschot, heeft, overeenkomstig artikel 91, § 1, 1o, van het Btw-Wetboek, de verschuldigdheid van rechtswege van een interest van 0,8% per maand tot gevolg. De spontane betaling van deze interesten gebeurt door opname ervan in rooster 62 van de Btw-aangifte. In geval de spontane betaling uitblijft, zal de administratie deze interesten moeten navorderen.

Ten slotte wordt de aandacht erop gevestigd dat, in het aangehaalde specifieke geval aan de belastingplichtige, ingevolge een controle, de boete bedoeld in het koninklijk besluit nr. 41 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, tabel G, punt V, kan opgelegd worden. Deze boete is immers ook verschuldigd wanneer belastbare handelingen laattijdig werden ingeschreven in de daartoe bestemde aangifte.

Aangehaalde teksten

7
WBTW art. 704 voorkomens
WBTW art. 533 voorkomens
KB nr. 1 art. 41 voorkomen
KB nr. 1 art. 51 voorkomen
KB nr. 41 art. 31 voorkomen
WBTW art. 171 voorkomen
WBTW art. 221 voorkomen