Toepassing van een verkeerd BTW-tarief. Gevolgen. Verjaring · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

26 11 juli 1995

Zoeken

Toepassing van een verkeerd BTW-tarief. Gevolgen. VerjaringToepassing van een verkeerd BTW-tarief. Gevolgen. Verjaring.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/26-toepassing-verkeerd-btw-tarief-gevolgen-35de

Nummer
26
Datum
11 juli 1995

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 2, blz. 172-174

BTW-Revue nr. 117, blz. 1061

Toepassing van een verkeerd BTW-tarief - Gevolgen - Verjaring.

VRAAG

De BTW-administratie geeft soms een schriftelijke interpretatie omtrent de tarifering van een produkt of dienst door aan te geven onder welke tabel en welke rubriek van het koninklijk besluit nr. 20 ter uitvoering van het BTW-wetboek een bepaald produkt of dienst thuishoort.

1. Welke gevolgen heeft dit voor de belastingplichtige, als het produkt noch de dienst, noch het koninklijk besluit nr. 20 op dat stuk enige wijziging heeft ondergaan en als de belastingplichtige het produkt of de dienst voordien heeft gefactureerd tegen hetzij een hoger tarief, hetzij een lager tarief dan het tarief dat voortvloeit uit de interpretatie van de administratie en hij bijgevolg meer of minder BTW heeft gestort aan de Schatkist ?

2. Is het nodig om een onderscheid te maken tussen de gevallen waarin gefactureerd werd aan belastingplichtigen of niet-belastingplichtigen ?

3.

a) Op welke wetsartikelen steunt u zich voor uw antwoord ?

b) Over welke periode, en binnen welke termijnen dienen eventuele correcties gemaakt te worden in hoofde van de belastingplichtige ?

ANTWOORD

Vooreerst wordt de aandacht van het geacht lid erop gevestigd dat niet in de commentaren van de BTW-administratie maar in het ter uitvoering van artikel 37, § 1, van het BTW-wetboek genomen koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, de in België van toepassing zijnde BTW- tarieven worden bepaald en de indeling van de goederen en diensten bij die tarieven wordt gegeven.

De administratie kan wel, soms op verzoek van een belastingplichtige, bij wijze van administratieve beslissing haar standpunt mededelen aangaande het BTW-tarief dat overeenkomstig het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 20 van toepassing is ten aanzien van een bepaald goed of ten aanzien van een bepaalde dienst.

Een belastingplichtige die gehouden is tot het indienen van de gewone periodieke BTW-aangiften en in België een belastbare levering van een goed of een belastbare dienst verricht, is op grond van artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-wetboek gehouden tot voldoening van de belasting die ter zake opeisbaar is, berekend tegen het toepasselijk BTW-tarief, en moet dit doen binnen de in artikel 53, eerste lid, 4°, van het BTW- wetboek bepaalde termijn.

Indien hij een te laag BTW-tarief toepast overtreedt hij voormelde wetsbepalingen en zal de administratie, indien hij die overtreding niet spontaan regulariseert via zijn periodieke BTW-aangifte, de opeisbare bedragen invorderen in de mate dat geen verjaring is ingetreden en ongeacht of er gefactureerd werd aan een belastingplichtige of aan een persoon die niet die hoedanigheid heeft. Krachtens artikel 81, eerste lid, van het BTW-wetboek verjaart de invordering tot voldoening van de BTW, van de interesten en van de administratieve geldboeten door verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop zij is ontstaan. In verband met deze invordering gelden de bepalingen van hoofdstuk XIV van het BTW- wetboek inzake vervolgingen en gedingen, rechten en voorrechten van de Schatkist.

Overigens dient opgemerkt te worden dat de toepassing van een te laag BTW-tarief niet alleen een overtreding is van de verplichting de belasting te voldoen, maar bovendien concurrentieverstorend werkt ten overstaan van de belastingplichtigen die het correcte BTW-tarief toepassen, zodat de invordering van de opeisbare bedragen noodzakelijk is voor de rechtvaardigheid van de belasting.

Indien de betrokken belastingplichtige een te hoog BTW-tarief toepast, wordt de belasting op grond van artikel 77, § 1, 1°, van het BTW-wetboek tot het passende beloop teruggegeven.

Op grond van artikel 79, 1° lid, van het BTW-wetboek is de belastingplichtige gehouden aan zijn medecontractant een verbeterend stuk uit te reiken met vermelding van het bedrag van de hem teruggegeven belasting (zie ook artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde).

Wanneer deze medecontractant een belastingplichtige is die de BTW in aftrek heeft gebracht, dan is hij verplicht deze belasting aan de Staat terug te storten door ze te begrijpen in het bedrag van de belasting verschuldigd over het tijdvak waarin hij het verbeterend stuk heeft ontvangen (zie artikel 79, 2° lid, van het BTW-wetboek).

Krachtens artikel 82 van het BTW-wetboek verjaart de vordering tot teruggaaf van de belasting, van de interesten en van de administratieve geldboeten eveneens door verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan.

Aangezien het geacht lid blijkbaar een concreet geval beoogt, ben ik uiteraard bereid deze zaak door mijn administratie te laten onderzoeken wanneer hij me de volledige identiteit van de betrokken belastingplichtige ter kennis brengt.

Aangehaalde teksten

7
KB nr. 4 art. 41 voorkomen
WBTW art. 371 voorkomen
WBTW art. 511 voorkomen
WBTW art. 531 voorkomen
WBTW art. 771 voorkomen
WBTW art. 811 voorkomen
WBTW art. 821 voorkomen