Aangifte en betaling. Boeten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

26 20 november 1974

Zoeken

Aangifte en betaling. Boeten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/26-aangifte-betaling-boeten-bogaert-btw-2b9e

Nummer
26
Datum
20 november 1974

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Aangifte en betaling - Boeten

VRAAG

Inzake belasting op de toegevoegde waarde moeten op vaste tijdstippen aangiften en betalingen worden gedaan door de plichtigen.

Het kan nu wel gebeuren dat aangifte en betaling worden gedaan op gestelde data, dat door een of andere omstandigheid de aangifte verloren gaat, doch dat de betaling wel terechtkomt.

Meent de geachte Minister dat werkelijk in dergelijk geval de voorgeschreven boete dient toegepast, alhoewel de betaling is geschied op tijd en de goede trouw daardoor zeker is bewezen?

Kan hij niet de logische maatregel treffen dat in zulke omstandigheden geen boete wordt toegepast en de toestand geregulariseerd aan de hand van een duplicaat van de aangifte, ten einde elke gerechtvaardigde mistevredenheid van de belastingplichtigen uit te schakelen?

ANTWOORD

Aangezien de niet-tijdige indiening van de periodieke BTW-aangifte en de niet-tijdige betaling van de BTW, voor de toepassing van het BTW-Wetboek afzonderlijke overtredingen uitmaken, verbeurt de belastingplichtige in het geval bedoeld door het geachte lid, in beginsel de geldboete wegens niet-tijdige indiening ofschoon de verschuldigde BTW tijdig werd betaald.

Die betaling kan wel een aanwijzing zijn dat de aangifte inderdaad werd opgemaakt, maar houdt op zichzelf niet in dat ze ook tijdig naar de bevoegde dienst werd verstuurd. Wanneer kan worden aangetoond, of de omstandigheden aanneembaar maken dat zulks wel het geval is geweest, kan de boete worden kwijtgescholden. Maar die maatregel kan niet worden veralgemeend tot alle gevallen van tijdige betaling, aangezien ook een tijdige indiening van de aangiften vereist is om de systematische verwerking van de aangiften niet te verstoren en de daaruit voortvloeiende handelingen, waaronder met name de uitbetaling van belastingkredieten, niet te vertragen.