Parlementaire vraag nr. 254 van de heer Boudson d.d. 22.03.1985
Bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer, 1984-1985, nr. 21, blz. 2361-2362
Forfaitair belast telefoongesprekken. Maatstaf van heffing
VRAAG
Krachtens artikel 2 van het koninklijk besluit van 8 april 1983 (Belgisch Staatsblad d.d. 15 april 1983) wordt in het koninklijk besluit van 20 december 1978 tot vaststelling van de hoofdtarieven voor telecommunicatie een artikel 3bis ingevoegd dat luidt als volgt: < Indien de kosten van het vanuit de aansluiting gevoerde verkeer over een tweemaandelijks tijdvak lager zijn dan de waarde van 50 tariefeenheden, namelijk 250 fr., wordt laatstgenoemd bedrag niettemin aangetekend>. Die maatregel is op de rekening van de betroffen abonnees te vinden op twee regels waarop zijn aangegeven:
- De tariefeenheden van de door de abonnee werkelijk gevoerde gesprekken;
- De bijkomende tariefeenheden om tot het bedrag van 250 fr. te komen.
moet op de aangerekende bijkomende tariefeenheden, die op geen door de R.T.T. werkelijk verstreken dienst slaan, 19 % BTW worden toegepast?
ANTWOORD
De BTW is verschuldigd op 250 fr. (dit wil zeggen 50 tariefeenheden à 5 fr.) in toepassing van de 1ste alinea van artikel 26 van het BTW-Wetboek waarvan de tekst luidt als volgt:
< Voor leveringen van goederen en diensten wordt de belasting berekend over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden.