Vr. en Antw., Kamer
Bewijsmiddelen - Boekhouding - Dagboek van ontvangsten
VRAAG
Gaarne vernam ik:
1° of het zo is, dat het bestuur in geval van twijfel, ongeacht het bewijsmateriaal dat ter staving van de boeken der in en uitgaande rekeningen of van het ontvangstenboek die voor de toepassing van de BTW opgelegd worden, met alle rechtsmiddelen, met name op grond van een vermoeden, mag staande houden dat die documenten niet met de werkelijkheid overeenstemmen;
2° of het zo is, dat geen enkel boekhoudsysteem beveiligd is tegen verwerping, ongeacht het voorgelegde bewijsmateriaal, zulks tot wanneer het bestuur de onjuistheid ervan kan bewijzen, waarbij dat bewijs uiteraard grotelijks verschilt van het bewijs door vermoeden;
3° of een ontvangstenboek waarin de belastingplichtige dag voor dag de ontvangsten inschrijft per tarief, als bewijs wordt aanvaard wanneer het niet door andere stukken wordt gestaafd;
4° of de gegevens uit het ontvangstenboek door de kasregisterband mag worden gestaafd, zodat zij niet op grond van vermoedens worden verworpen;
5° of dat boek daarentegen voor elke verkoop moet steunen op een document waarin hij bevestigd wordt;
6° of op dat document, als het vereist is, de naam van de klant met of zonder diens handtekening moet voorkomen.
ANTWOORD
1. Krachtens artikel 59 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde kunnen overtredingen van de bepalingen van dit Wetboek of van de ter uitvoering ervan gegeven regelen, alsmede feiten die de verschuldigdheid van de belasting of van een geldboete aantonen of ertoe bijdragen die aan te tonen, door de administratie worden bewezen volgens de regelen en door alle middelen van het gemene recht, getuigen en vermoedens inbegrepen, doch uitgezonderd de eed, en daarenboven door de processen-verbaal van de ambtenaren van het Ministerie van Financiën.
Die bepaling is geen nieuwigheid inzake belastingen. Ze is geïnspireerd op artikel 206(1) van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen; een gelijkaardige bepaling is opgenomen in artikel 246 van het Wetboek der inkomstenbelastingen.
Het is duidelijk dat die tekst de administratie in de mogelijkheid moet stellen om te bewijzen dat de gegevens door de belastingplichtige vermeld in zijn boeken en stukken niet met de werkelijkheid overeenstemmen, dit is de hypothese beoogd door het geachte Lid.
Hieraan kan worden toegevoegd dat verschillende bepalingen van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (z. inzonderheid de artikelen 64, 65 en 68) zelfs bepaalde wettelijke vermoedens invoeren.
2. Het vermoeden is een bewijsmiddel van het gemene recht, dat door het voornoemde artikel 59 inzake BTW wordt toepasselijk gemaakt. De bewijskracht ter zake van het vermoeden is onderworpen aan de regels die gelden inzake burgerlijk recht en inzonderheid, in geval van betwisting aan de beoordeling van de rechtbanken.
3 tot 6. Overeenkomstig artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969 ( Belgisch Staatsblad van 30 juli 1969) moet de onderneming met een jaaromzet die meer bedraagt dan vijf miljoen frank een boekhouding voeren die voldoende gedetailleerd is om de heffing van de belasting mogelijk te maken, alsmede de controle over de juiste heffing ervan. Ten aanzien van de handelingen die een dergelijke onderneming verricht met particulieren zonder facturen uit te reiken, mag niet als voldoende gedetailleerd worden aangemerkt de boekhouding die bestaat uit het inschrijven iedere dag in een ontvangstenboek, eventueel per BTW-tarief, van het totaalbedrag van de ontvangsten met betrekking tot die handelingen. De boekhouding mag inderdaad slechts als voldoende gedetailleerd worden aangemerkt wanneer de inschrijving van die handelingen in het ontvangstenboek wordt gestaafd met of wel de gedetailleerde vermelding van de verkochte voorwerpen, of wel het overleggen van kasstukken die, volgens de werkzaamheid van de ondernemingen, kunnen bestaan uit telbanden, dubbelen van kwitanties, van verkoopbons, van facturen, van kaartjes, enz.
De ondernemingen met een jaaromzet die niet meer bedraagt dan vijf miljoen frank, moeten daarentegen, krachtens artikel 12, 3°, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 1, ten aanzien van de handelingen verricht met particulieren zonder uitreiking van facturen, slechts een ontvangstenboek houden, waarin ze dagelijks aantekening houden van het totaalbedrag van de ontvangsten met betrekking tot die handelingen.
Wanneer de ondernemingen voldoen aan wat, volgens het geval, is bepaald in het eerste of in het tweede lid van de nrs. 3 tot 6, hebben de bedoelde stukken die worden overgelegd, kracht van bewijs tot het tegenbewijs is geleverd. De administratie mag echter aantonen door alle middelen van het gemene recht (voornoemd artikel 59), en inzonderheid door een vermoeden gesteund op de vergelijking tussen de inputs en de outputs, dat de vermeldingen op de overgelegde stukken niet met de werkelijkheid overeenstemmen.
Wanneer een onderneming bedoeld in het eerste lid het bewijs niet levert, door overlegging van een voldoende boekhouding, van de handelingen die ze heeft verricht met particulieren, mag de administratie bovendien, krachtens artikel 66 van het Wetboek, ambtshalve een aanslag opleggen; de ambtshalve opgelegde aanslag heeft als voornaamste gevolg dat de bewijslast wordt omgekeerd (z. artikel 67 van het Wetboek).
Er valt nog op te merken dat de administratie steeds het recht heeft, voor bepaalde handelingen, de toepassing te betwisten van het kasstelsel met voldoening van de belasting op grond van de aantekeningen in het ontvangstenboek, stelsel dat uitsluitend mag worden toegepast op handelingen verricht met particulieren zonder uitreiking van facturen. Aldus moet bijvoorbeeld een belastingplichtige met een beroepswerkzaamheid die normaal bestaat in het leveren van goederen of het verstrekken van diensten aan andere afnemers dan particulieren, de werkelijkheid en de omvang van de handelingen die hij inschrijft als zijnde verricht met particulieren, kunnen aantonen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.