Vr. en Antw., Kamer, 2000, nr. 117 , blz. 14292-14294
Inkomstenbelastingen - Meerwaarden op immateriële vaste activa - Fiscaal regime
VRAAG
Artikel 47, § 1, WIB 1992 stelt als bijkomende voorwaarde voor de gespreide taxatie van vrijwillig verwezenlijkte meerwaarden op immateriële vaste activa dat op deze immateriële vaste activa afschrijvingen werden aangenomen.
A. Veronderstel een belastingplichtige die een handelszaak overneemt en hierbij een vergoeding betaalt voor de overname van "cliënteel" (bijvoorbeeld 2.000.000 frank). Deze vergoeding voor cliënteel kan afgeschreven worden over een periode van 10 à 12 jaar. Stel dat in casu 10 jaar aanvaardbaar is. Na 6 jaar bedraagt de boekwaarde van het immaterieel vast actief "cliënteel" 800.000 frank. Op dit ogenblik vervreemdt de belastingplichtige dit handelsfonds op zijn beurt aan een derde.
Welk fiscaal regime (gespreid belasten of niet) ondergaat de meerwaarde indien de belastingplichtige voor de overname van "cliënteel" een vergoeding ontvangt van respectievelijk 2.000.000 frank of 4.000.000 frank?
B. Veronderstel nu dat de belastingplichtige zijn handelszaak vervreemdt na 11 jaar in plaats van na 6 jaar. Op dit ogenblik is het immaterieel vast actief "cliënteel" volledig afgeschreven.
Welk fiscaal regime (gespreid belasten of niet) ondergaat de meerwaarde indien de belastingplichtige voor de overname van "cliënteel" een vergoeding ontvangt van respectievelijk 2.000.000 frank of 4.000.000 frank?
ANTWOORD
Vooreerst wens ik de aandacht van het geachte lid erop te vestigen dat de in artikel 47 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bedoelde gespreide belasting slechts van toepassing is op bepaalde meerwaarden die tijdens de uitoefening van de beroepswerkzaamheid worden verwezenlijkt.
Aangezien het geachte lid de overdracht van een handelszaak beoogt, neem ik aan dat de beroepswerkzaamheid van de beoogde belastingplichtige volledig en definitief wordt stopgezet.
Welnu, in die hypothese dienen de meerwaarden op immateriële vaste activa die naar aanleiding van die stopzetting werden verkregen of vastgesteld, als 26 "stopzettingmeerwaarden" in de zin van artikel 28, eerste lid, 1°, WIB 92 te worden aangemerkt.
Die meerwaarden zijn in beginsel afzonderlijk belastbaar in zover zij niet meer bedragen dan de belastbare nettowinst die in de vier jaren voorafgaand aan het jaar van de stopzetting uit de niet meer uitgeoefende beroepswerkzaamheid zijn verkregen; het gedeelte dat meer bedraagt is gezamenlijk belastbaar.
Het afzonderlijk belastbare gedeelte is in de regel belastbaar tegen 33%.
Ingeval de meerwaarden zijn verkregen of vastgesteld naar aanleiding van een stopzetting vanaf de leeftijd van 60 jaar, ingevolge het overlijden of naar aanleiding van een gedwongen definitieve stopzetting, is het afzonderlijk belastbare gedeelte evenwel belastbaar tegen 16,5%.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.