De herziening van de btw op voedselschenkingen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

24607 28 maart 2018

Zoeken

De herziening van de btw op voedselschenkingen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/24607-herziening-btw-voedselschenkingen-mondelinge-nahima-8279

Nummer
24607
Datum
28 maart 2018

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

30 paragrafen

Mondelinge parlementaire vraag nr. 24607 van de mevrouw Nahima Lanjri d.d. 28.03.2018

Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën en Begroting, 2017-2018, CRIV 54 COM 858 d.d. 28.03.2018, blz. 50

De herziening van de btw op voedselschenkingen

Nahima Lanjri: Mijnheer de voorzitter, ik had deze vraag oorspronkelijk op 11 december ingediend als schriftelijke vraag. Omdat ik tot op heden echter nog steeds geen antwoord kreeg, zag ik me genoodzaakt om ze in te dienen als mondelinge vraag.

Mijnheer de minister, sinds juli 2013 is de btw-heffing op schenkingen van voedselwaren opgeheven ten aanzien van voedselbanken. Een nieuwe beslissing van 21 mei 2015 van de administratie breidt deze maatregel uit naar lokale besturen en erkende caritatieve instellingen met het oog op de gratis verdeling van voedselwaren, uitsluitend onder behoeftige personen in België.

Op mijn vraag nr. 19050, die ik vorig jaar op 2 juni stelde, hebt u geantwoord dat na een evaluatie van de vorige uitbreiding van mei 2015, bleek dat deze maatregel veel succes heeft. Dat geloof ik best. Daarom hebt u besloten om na te gaan op welke punten de regeling verder versoepeld kan worden. Ik had daar ook voor gepleit in mijn vraag. Ik had gevraagd om die versoepeling bijvoorbeeld ook in te voeren ten behoeve van de sociale restaurants en sociale kruideniers. In het antwoord van juni vorig jaar zei u dat de herziening van de bestaande rondzendbrief bijna afgerond was. Ik vernam nadien dat u die herziening zou publiceren op Fisconetplus. Dat was dus vorige zomer.

Eind november, toen ik zag dat er nog altijd geen nieuwe rondzendbrief was en ik opnieuw informeerde naar de stand van zaken, kreeg ik echter van uw diensten te horen dat de nieuwe regeling zou worden opgemaakt in een nieuw allesomvattend voorontwerp van wet. De kwestie zou dus niet langer geregeld worden via een rondzendbrief, waarop we tot dan toe wachtten. In de nieuwe wet zouden ook de kledijoverschotten worden meegenomen.

Mijnheer de minister, ik begrijp dat u graag een wettelijke regeling uitwerkt omdat die meer zekerheid biedt. De totstandkoming daarvan zal echter meer tijd in beslag nemen dan het herzien van de huidige rondzendbrief. De praktijk bewijst dat ook. We staan ondertussen bijna een jaar verder en er is een herziene rondzendbrief noch een nieuwe wet.

Daarom heb ik enkele vragen.

Kunt u verklaren waarom u voor een voorontwerp van wet hebt gekozen? Wat is de stand van zaken? Ik neem aan dat alles zo goed als rond is, aangezien u dat al een tijd geleden zo aankondigde.

Kunt u mij verduidelijken welke elementen in het voorontwerp van wet zullen worden geregeld? Zal daarbij ook rekening worden gehouden met de sociale kruideniers en restaurants? Kunt u mij zeggen of ook andere non-food producten naast kledij mee zullen opgenomen worden? Of blijft het in de nieuwe wet enkel bij voedsel- en eventuele kledijoverschotten?

Is het volgens u noodzakelijk om dit via een wet te regelen, in het licht van de btw-richtlijn? Of is een herziening van de bestaande rondzendbrief op basis van de richtsnoeren van de Europese Commissie rond voedselschenkingen voldoende? Zou het niet wenselijk zijn om voorlopig alvast te werken op basis van een vernieuwde rondzendbrief zoals u had aangekondigd in afwachting van een nieuwe wet?

Minister Johan Van Overtveldt: Mevrouw Lanjri, ik stel voor dat ik uw vragen 1, 3 en 4 samen behandel en vraag 2a en 2b afzonderlijk.

Het gratis uitdelen van voedseloverschotten maakt in wezen een vorm van economische vernietiging van de betrokken goederen uit, in die mate dat zij definitief en onherroepelijk onttrokken worden aan het normale economische circuit. Zij ondergaan bijgevolg een lot dat analoog is aan datgene van goederen die fysiek worden vernietigd, wat voor de betrokken goederen trouwens het enige alternatief zou zijn. Het is daarom gepast om op die goederen een btw-regeling toe te passen die gelijkaardig is aan degene die van toepassing is op de fysieke vernietiging van goederen voorzien in de btw-richtlijn.

In die omstandigheden lijkt het bijgevolg verantwoord om de nietgelijkschakeling van de schenking van onverkoopbare voedingsmiddelen voor liefdadigheidsdoeleinden met een levering van goederen onder bezwarende titel in de wet te verankeren.

Een wetswijziging die in voorbereiding is, heeft dus de bedoeling om ter zake een grotere rechtszekerheid te garanderen en is daarom te verkiezen boven een eenvoudige wijziging of een aanpassing van een administratieve rondzendbrief.

De wetswijziging maakt integraal deel uit van een uitgebreider voorontwerp van wet dat verschillende wijzigingen aanbrengt in het BTW-wetboek. Dit voorontwerp wordt zeer binnenkort op de agenda van de Ministerraad geplaatst.

Ik kom tot uw tweede vraag, deel a.

Dit voorontwerp van wet voorziet in de niet-gelijkschakeling met een levering van goederen onder bezwarende titel en van de overdracht van niet voor liefdadigheidsdoeleinden bedoelde, onverkoopbare voedingsmiddelen die bestemd zijn voor menselijke consumptie. Daarvoor wordt een nieuwe uitzondering op de gelijkstelling met een levering van goederen onder bezwarende titel ingevoerd in het BTWwetboek.

Deze maatregel zal ook het voorwerp uitmaken van een specifiek uitvoeringsbesluit dat in het bijzonder betrekking zal hebben op de aard en de kenmerken van de onverkoopbare goederen, de bedoelde liefdadigheidsdoeleinden, de omstandigheden waarin de onverkoopbare goederen voor die doeleinden kunnen overgedragen worden, het bedrag dat als kosten in rekening kan worden gebracht en de vormvoorwaarden die in acht moeten worden genomen. Vervolgens zal een administratieve rondzendbrief uiteraard al deze bepalingen nog verder in detail toelichten.

Wat uw tweede vraag deel b betreft, zal de wettelijke maatregel enkel betrekking hebben op de schenkingen van voedingsproducten die bestemd zijn voor menselijke consumptie. Langs de andere kant, zoals ik reeds eerder heb aangegeven, heb ik absoluut geen bezwaar tegen de niet-gelijkschakeling met een levering van goederen onder bezwarende titel van de overdracht van niet voor liefdadigheidsdoeleinden bedoelde kledijoverschotten.

Ik heb de administratie opdracht gegeven dit te onderzoeken. Er zijn immers een aantal problemen waarvoor eerst een oplossing moet worden uitgewerkt. Ten eerste mag deze uitbreiding geen bijkomende administratieve lasten creëren voor de handelaar en moeten de na te leven btw-formaliteiten tot een strikt minimum kunnen beperkt worden. Ten tweede, moet te allen prijze vermeden worden dat de weggeschonken kledij in een parallel economisch circuit terechtkomt waarbij deze goederen niet de correcte btw-behandeling ondergaan en er dus een vorm van concurrentievervalsing dreigt te ontstaan.

Nahima Lanjri: Mijnheer de minister, ik ben niet ongeschoold. Ik heb een licentiaatdiploma, zoals de meesten, maar ik moet toegeven dat ik de helft van uw antwoord niet heb begrepen. Het was niet duidelijk. U citeerde letterlijk passages uit wetteksten. Het is echt niet duidelijk. Kunt u mij in klare taal een antwoord op mijn vragen geven? Kunt u mij ook de timing van het wetsontwerp geven?

Vorig jaar in juni was alles in kannen en kruiken. Er zou een nieuwe, aangepaste rondzendbrief komen. Dan werd er plots voor gekozen om een en ander via een wetsontwerp te doen. In november zei men dat men ermee bezig was, dat een tekst aan de Ministerraad zou worden voorgelegd. Ik hoor u dat vandaag opnieuw zeggen.

Wat is de timing? Wanneer komt de wijziging? Zal een en ander dan geregeld zijn voor de sociale kruideniers en de sociale restaurants?

Minister Johan Van Overtveldt: Mevrouw Lanjri, het is het prerogatief van de eerste minister om iets op de agenda van de Ministerraad te plaatsen. Ik kan alleen maar dossiers indienen. Dan is het de eerste minister, die beslist wat welke week op de Ministerraad komt. Wij zullen er in elk geval voor zorgen dat de regeling snel beschikbaar is.

Ik stel voor dat ik u het antwoord meegeef, zodat u het nog eens rustig kunt lezen. Ik geef toe dat het een complex antwoord is, maar ik kan u wel garanderen dat het geen aaneenschakeling van wettelijke teksten is. Het is een doorwrochte tekst. Ik heb er zelf ook drie keer bij moeten nadenken, toen ik die las. Ik stel voor dat ik u de tekst geef en dat u zo nodig bijkomende vragen kunt stellen.

Nahima Lanjri: Goed, mijnheer de minister.

Ik zal mijn vragen schriftelijk stellen, maar ik hoop dan wel dat ik snel een antwoord krijg en niet drie of vier maanden hoef te wachten, zoals nu het geval was.

Het incident is gesloten.