Kandidaat-ondernemers. Activering van BTW-nummers · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

243 30 januari 2004

Zoeken

Kandidaat-ondernemers. Activering van BTW-nummers

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/243-kandidaat-ondernemers-activering-btw-nummers-b3ff

Nummer
243
Datum
30 januari 2004

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

25 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2003-2004, nr. 33, blz. 5130-5133

Kandidaat-ondernemers - Activering van BTW-nummers

VRAAG

In een tijd dat zelfstandig ondernemerschap steeds afkalft, en de vraag om starters toeneemt, wordt vastgesteld dat de administratie nog steeds niet ondernemingsvriendelijk werkt. Onder andere met de activering van BTW-nummers loopt het in de praktijk fout. In een tijd van administratieve vereenvoudiging blijkt de aanvraag en toekenning van een BTW-nummer nog nooit zo omslachtig te zijn geweest dan nu. Allerhande bijkomende vragen worden verstuurd waarvan de beantwoording de belastingambtenaar in staat moet stellen "een oordeel te vellen of de bedoelingen van de kandidaatondernemer om BTW-activiteiten te ontwikkelen wel ernstig zijn"!

Een voorbeeld uit de praktijk:

Een onderneming dient begin november 2003 een volledig aanvraagdossier in tot het bekomen van een BTW-nummer. Een tweetal weken later vervolledigt zij het dossier met een afschrift van de huurovereenkomst voor de plaats waar de onderneming haar zetel houdt, en melding dat een uittreksel van het ondernemingsloket wordt nabezorgd van zodra beschikbaar. Ruim twee maanden later wacht de onderneming nog steeds op de activering van haar BTW-nummer.

1. Worden instructies gegeven aan de administratie dat een kandidaat-ondernemer die een volledig aanvraagdossier tot BTW-registratie indient, binnen een welbepaalde periode - van stel twee weken - zeker kan zijn dat zijn BTW-nummer wordt geactiveerd?

2. Worden instructies gegeven opdat de activering van BTW-nummers niet afhankelijk wordt gemaakt van de overlegging van zinloze documenten zoals onder meer een uitreksel van het ondernemingsloket (wat overigens voor een nieuw opgerichte onderneming maanden in beslag neemt door moeilijkheden bij de Kruispuntbank voor ondernemingen) of een "geregistreerde" versie van een huurovereenkomst?

ANTWOORD

(minister van Financiën, 18.05.2004)

1. Sinds 1 juli 2003 moet een startende onderneming, vooraleer ze zich voor BTW-doeleinden kan laten identificeren, een ondernemingsnummer aanvragen bij de daartoe bevoegde instantie. Deze is verschillend al naargelang van de rechtsvorm van de onderneming. Dit ondernemingsnummer wordt daarna door de BTW-administratie geactiveerd als BTW-identificatienummer. Een pas opgerichte onderneming moet bijgevolg eerst over een ondernemingsnummer beschikken, alvorens de procedure voor activering van dit nummer tot BTW-identificatienummer kan worden opgestart.

Alvorens het ondernemingsnummer te activeren voor BTW-doeleinden moet de administratie in de mogelijkheid worden gesteld zich te verzekeren van de oprechtheid van de door de persoon verklaarde wil die om de toekenning van een BTW-identificatienummer verzoekt om een economische activiteit op te starten en van de naleving van de vereiste voorwaarden.

In de door de administratie ingevoerde procedure voor toekenning van de BTW-identificatienummers, die kadert in de bestrijding van de carrouselfraude, is het voornaamste objectief na te gaan of de belastingplichtige wel degelijk een economische activiteit opstart in de zin van artikel 4 van het BTW-Wetboek.

Iedereen moet, alvorens een activiteit uit te oefenen die hem de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige geeft, een behoorlijk ingevuld en ondertekend formulier 604A aan het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert indienen teneinde bepaalde inlichtingen eigen aan de BTW-identificatie in te winnen.

De verificatie die voorafgaat aan de toekenning van het BTW-identificatienummer houdt een eerste controle in over de volgende punten, in het bijzonder:

•de hoedanigheid van de persoon (bijvoorbeeld, om een eventueel vroeger toegekend BTW-nummer te heropenen);

•de aard van de werkzaamheid (sommige activiteiten zijn niet onderworpen aan BTW-, bijvoorbeeld vrijstelling artikel 44 van het BTW-Wetboek);

•het karakter van de zelfstandigheid (opsporen van schijnzelfstandigen);

•de geregelde werkzaamheid;

•de aangevraagde belastingregeling (periodiciteit van indiening, toepassing van bijzondere regelingen, enz.).

Het is bijgevolg niet uitgesloten dat het uitreiken van een BTW-identificatienummer tijdelijk wordt opgeschort omdat een verder onderzoek nodig is, bijvoorbeeld wanneer er geen activiteit kan worden aangetoond. In dit geval moet de administratie dit wel binnen een redelijke termijn beslissen, en aan de onderneming haar definitieve beslissing meedelen, zodat deze hierop desgevallend kan reageren.

Indien het dossier voor aanvraag tot identificatie voor BTW-doeleinden als volledig in orde kan worden beoordeeld, is er geen reden om de activering van het ondernemingsnummer voor BTW-doeleinden uit te stellen.

2. Aan de BTW-controlekantoren werd als instructie gegeven dat aan de onderneming slechts die gegevens gevraagd mogen worden, die ze nodig hebben voor bovenvermeld onderzoek, voor zover deze gegevens nog niet zijn opgenomen in de Kruispuntbank voor ondernemingen.

Deze informatie is noodzakelijk om zich te vergewissen van de werkelijkheid van de zetel waar de onderneming zich wenst te vestigen en van het voorhanden zijn van voldoende infrastructuur beantwoordend aan de aard van de opgezette activiteit. In bepaalde dossiers is het inderdaad zinvol een kopie van de huurovereenkomst op te vragen. De registratie van dergelijke huurovereenkomsten is een wettelijke verplichting.

In de eerste instructies gegeven aan de BTW-controlekantoren is bovendien inderdaad gesteld dat deze kantoren erover waken dat bij de aanvraag tot activering van de BTW-hoedanigheid een kopij van het bewijs van toekenning van het ondernemingsnummer is gevoegd. In tegenstelling tot de eerste richtlijnen blijkt in de praktijk dat de ondernemingsloketten dergelijke attesten niet systematisch afleveren. In die optiek werd aan de BTW-controlekantoren meegedeeld dat de identificatieformaliteiten inzake BTW bij afwezigheid van dergelijk attest toch mogen worden afgewerkt. Immers, de BTW-controlekantoren hebben toegang tot de Kruispuntbank voor ondernemingen en kunnen de nodige gegevens zelf opzoeken.

Overigens kan ik het geachte lid aankondigen dat wat de duur voor de inschrijving betreft, een project loopt waarbij de gegevens van het formulier 604A ook door het ondernemingsloket kunnen worden ingevuld. In dit opzicht zal vanaf 15 juni 2004 een pilootproject worden opgestart waarbij "starters" (natuurlijke personen handelaars en ambachtslui) hun aangifte 604A elektronisch kunnen indienen. Zoals vooropgesteld in het regeerakkoord, zal dit alles bijdragen tot een snellere activering van hun BTW-identificatienummer voor alle ondernemingen zonder risicoprofiel inzake carrouselfraude.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 41 voorkomen
WBTW art. 441 voorkomen