Goud. Beleggingsgoud. Beleggingobject. Edel metaal. Tarief · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

241 23 mei 1986

Zoeken

Goud. Beleggingsgoud. Beleggingobject. Edel metaal. Tarief

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/241-goud-beleggingsgoud-beleggingobject-edel-metaal-b136

Nummer
241
Datum
23 mei 1986

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1985-1986 blz. 2784

Goud - Beleggingsgoud - Beleggingobject - Edel metaal - Tarief

VRAAG

In 1982 verlaagde de regering de BTW op de aankoop en de verkoop van goud van zes tot één percent, wat overeenstemt met de BTW die elke Lid-Staat moet uitkeren voor de financiering van de E.E.G., volgens de richtlijnen van de Europese Ministers van Financiën van mei 1977.

Die maatregel heeft de goudspeculatie en -handel doen toenemen.

- Welke economische gevolgen had de invoering van dat nieuw BTW-tarief (bijvoorbeeld het bedrag van de transacties per jaar) ?

- Waarom heeft de Minister met het oog op het herstel van het begrotingsevenwicht het BTW-tarief voor de goudhandel niet op een normaal peil gebracht ?

ANTWOORD

De redenen voor de toepassing van het minimum BTW-tarief van 1 % voor goud dat normaal als beleggingsobject wordt gebruikt, zijn uiteengezet in het Verslag aan de Koning met betrekking tot het koninklijk besluit nr. 9 van 15 februari 1982 genomen ter uitvoering van artikel 2, 12°, van de wet van 2 februari 1982 tot toekenning van bepaalde bijzondere machten aan de Koning.

Van 1 januari 1978 tot 31 augustus 1981 waren de leveringen en de invoer van goud dat no maal als beleggingsobject wordt gebruikt - behoudens de gevallen waarin de verkrijger of de invoerder een centrale bank of een be- of verwerker of verbruiker van goud was - vrijgesteld van de belasting over de toegevoegde waarde krachtens artikel 44, § 3, 4°, van het BTW-Wetboek.

Bij de opheffing van deze vrijstelling op 1 september 1981 bij artikel 63 van de Programmawet 1981 werd de verschuldigde BTW op de bovengenoemde handelingen vastgesteld op 6 %.

Gelet op het feit dat een buurland dat aan onze grens een belangrijke financiële plaats inneemt geen gelijkwaardige heffingen heeft ingesteld, verplaatste de goudmarkt zich echter spoedig in een belangrijke mate naar het buitenland, ten koste van de in België gevestigde financiële instellingen.

Vermits het op het vlak van de E.E.G. niet meer mogelijk was de vroegere vrijstelling terug in te stellen, bestond de enige mogelijkheid om de Belgische goudmarkt opnieuw concurrentieel te maken erin het goud, dat normaal als beleggingsobject wordt gebruikt, te belasten tegen het meest gematigde tarief als mogelijk, dit wil zeggen tegen het tarief van 1 %.

In dit opzicht kan ik het geacht Lid slechts mededelen dat de redenen voor deze gematigde heffing heden nog steeds voorhanden zijn.

Anderzijds beschikt de Administratie van de BTW, registratie en domeinen niet over volledige en voldoende gedetailleerde statistieken om rekenschap te geven van de economische gevolgen die, volgens het geacht Lid, uit de bovenvermelde wetswijzigingen zouden voortvloeien.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 441 voorkomen