Schriftelijke vraag en antwoord nr : 24 - Zittingsperiode : 52
Auteur : Christian Brotcorne, CDH (01094)
Departement : Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen
Titel : Proportionele boetes.
Datum indiening : 07/12/2009
Vraag
De btw-administratie legt proportionele boetes op wanneer ze zelf een bijzondere rekening opstelt, nadat er onvoldoende stortingen gebeurden op de btw-rekening-courant van een belastingplichtige als gevolg van de aanrekening van een belastingkrediet op de betwiste som door de administratie zelf.
Op grond van het koninklijk besluit nr. 41 tot uitvoering van het btw-Wetboek, tabel G, I, legt de administratie met andere woorden een boete op, niet wegens een tekortkoming of vergissing van de belastingplichtige, maar naar aanleiding van het opstellen van een bijzondere rekening door de administratie zelf.
Was het werkelijk de bedoeling van de Koning om boetes op te leggen zonder dat de belastingplichtige een vergissing heeft begaan of iets heeft ondernomen?
Antwoord
Publicatie antwoord : B099 · Publicatiedatum : 22/03/2010
Het geachte Kamerlid beoogt wellicht de situatie waarin de administratie gebruik maakt van de inhouding van het belastingkrediet bedoeld in artikel 81, § 3, 4e lid of 5e lid, van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 met betrekking tot de teruggaven inzake de belasting over de toegevoegde waarde terwijl de werkelijke teruggaaf van het belastingkrediet door de belastingplichtige niet werd gevraagd. Deze procedure, die meestal het gevolg is van een door de administratie verrichte controle, wordt slechts toegepast als schulden door de belastingplichtige worden betwist of vermoedens en zelfs bewijzen van onjuiste of onvolledige aangiften een belastingschuld in het vooruitzicht stellen. Bovendien zijn de ontvangers bijzonder oplettend voor de voorwaarde van spoedeisendheid vereist door artikel 1413 van het Gerechtelijk Wetboek.
Gezien het feit dat de inhouding in kwestie wordt beperkt tot het saldo dat de rekening-courant, op datum van de indiening van de aangifte beoogd in artikel 53, § 1,eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek, in het voordeel van de belastingplichtige vertoont, kan de rekening-courant na toepassing van voormelde inhouding nooit een negatief saldo vertonen. De betrokken belasting-plichtige wordt erover ingelicht en door de akte van inhouding die de ontvanger hem toezendt en door de verklaring van derde-beslagene die het hoofd van het controlekantoor waaronder hij ressorteert hem overeenkomstig artikel 1453 van het Gerechtelijk Wetboek binnen 15 dagen toezendt.
De inhouding op zich kan dus nooit aan de basis liggen van een bijzondere rekening.
Indien het geachte Lid een concreet geval beoogt ben ik ter beschikking om het door mijn administratie te laten onderzoeken.