Invoer van goederen. overbrenging. economische activiteit. derdelands gebied. intracommunautaire verwerving · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

238 21 januari 2011

Zoeken

Invoer van goederen. overbrenging. economische activiteit. derdelands gebied. intracommunautaire verwerving

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/238-invoer-goederen-overbrenging-economische-activiteit-d504

Nummer
238
Datum
21 januari 2011

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

25 paragrafen

Invoer van goederen

Overbrenging

Economische activiteit

Derdelands gebied

Intracommunautaire verwerving

VRAAG

1. Moet een onderneming die al haar activiteiten uit het buitenland overbrengt naar België, btw betalen op haar materiële en immateriële bedrijfsmiddelen, alsook op haar voorraden?

2. a) Kan de btw die de onderneming niet kon aftrekken in het land van waaruit ze haar activiteit overbrengt, omdat die activiteit er buiten het toepassingsgebied van de btw viel of van de btw vrijgesteld was, bij de vaststelling van de eventueel in België verschuldigde belasting in aanmerking worden genomen?

b) Moet er een onderscheid worden gemaakt tussen de overbrenging van activiteiten uit een EU-lidstaat en de overbrenging uit een niet-EU-lidstaat?

ANTWOORD

Er wordt verondersteld in het antwoord dat de onderneming die haar volledige activiteit overbrengt naar België dezelfde juridische persoonlijkheid behoudt.

1. Teneinde te kunnen antwoorden op de vraag van het geachte lid, dient in eerste instantie de situatie te worden onderzocht waar de goederen, die naar België worden verzonden in het kader van de overbrenging van de volledige activiteit van een onderneming, afkomstig zijn van een derde land of een derdelands gebied buiten Europese Unie en in tweede instantie de situatie waar de goederen afkomstig zijn van een andere lidstaat van de Europese Unie.

i. De invoer in België van de goederen van een onderneming die afkomstig zijn van een derdeland of derdelands gebied, is een belastbare handeling in de zin van artikel 3 van het BTW-Wetboek

Artikel 40, § 1, 1°, b, van het BTW-Wetboek voorziet echter in een vrijstelling van de belasting

Ze wordt toegekend binnen de voorwaarden en beperkingen bepaald door artikel 19 van het koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde

Bijgevolg kan een onderneming die haar activiteiten in een derde land of derdelands gebied definitief staakt om een gelijkaardige activiteit te komen uitoefenen in België - buiten het kader van een fusie met een in België gevestigde onderneming of een overname door dergelijke onderneming - en die op voorhand de aangifte van begin van activiteit zoals voorzien in artikel 53, § 1, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek heeft ingediend, de haar toebehorende kapitaalgoederen en andere uitrusting met vrijstelling van belasting invoeren, voor zover die kapitaalgoederen en uitrusting: - daadwerkelijk in het bedrijf zijn gebruikt gedurende tenminste twaalf maanden vóór het staken van de activiteiten in het derde land of derdelands gebied waarvandaan de onderneming is overgebracht; - bestemd zijn om na deze overbrenging voor dezelfde doeleinden te worden gebruikt; - bestemd zijn voor de uitoefening van een activiteit die niet op grond van artikel 44 van het BTW-Wetboek is vrijgesteld; - in overeenstemming zijn met de aard en de omvang van het betrokken bedrijf

Van de vrijstelling zijn uitgesloten: - vervoermiddelen die niet het karakter bezitten van productiemiddelen of middelen in het kader van dienstverlening; - voorraden van ongeacht welke aard, bestemd voor menselijk verbruik of voor voeding van dieren; - brandstoffen en voorraden van grondstoffen, eindproducten of halffabrikaten; - vee dat in het bezit is van veekooplieden

Bovendien wordt de vrijstelling, behoudens door de omstandigheden gerechtvaardigde bijzondere gevallen, slechts verleend voor kapitaalgoederen en andere uitrusting die zijn ingevoerd vóór het verstrijken van een termijn van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van het staken van de activiteiten van het bedrijf in het land van herkomst

ii. De loutere verzending door een onderneming van goederen van haar bedrijf van een Lidstaat van de Europese Unie naar België is een belastbare handeling gelijkgesteld enerzijds met een vrijgestelde intracommunautaire levering in de Lidstaat van vertrekt (artikelen 17, § 1, en 138, § 2, c, van Richtlijn 2006/112/EG) en anderzijds met een intracommunautaire verwerving onderworpen aan de BTW in België in de zin van artikel 25quater, § 1, eerste lid, van het BTW-Wetboek

Artikel 40, § 1, 1°, b, van het BTW-Wetboek voorziet echter in een vrijstelling van de belasting voor deze intracommunautaire verwerving

Ze wordt overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen betreffende de intracommunautaire leveringen van goederen en de ermee gelijkgestelde handelingen, alsook betreffende de intracommunautaire verwerving van goederen, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde, toegekend binnen dezelfde voorwaarden en beperkingen als hierboven besproken in punt i. inzake invoer

iii. De overbrenging door een onderneming van haar immateriële kapitaalgoederen naar een Belgische zetel tenslotte, is een handeling die niet wordt beoogd door het BTW-Wetboek en geeft bijgevolg geen aanleiding tot een belastbare handeling

2. Teneinde een dubbele belastingheffing van communautaire BTW te vermijden in het geval dat de onderneming die de overbrenging verricht, zowel in de lidstaat van vertrek als in België de hoedanigheid van vrijgestelde belastingplichtige heeft, wordt de intracommunautaire verwerving van goederen die zij verricht in België vrijgesteld van de BTW door de toepassing van artikel 40, § 1, 1°, a, van het BTW-Wetboek

De toepassing van deze vrijstelling veronderstelt in ieder geval dat de belastingregelingen in de lidstaat van vertrek en in België strikt vergelijkbaar zijn

Deze vrijstelling is niet van toepassing ten opzichte van goederen ingevoerd in België in het kader van de overbrenging van de activiteit van een onderneming die ze voor de uitoefening van een vrijgestelde activiteit bestemt, gegeven het feit dat geen enkele communautaire BTW de goederen initieel heeft bezwaard in het derde land of het derdelands gebied van afkomst.

Aangehaalde teksten

6
KB nr. 52 art. 41 voorkomen
KB nr. 7 art. 191 voorkomen
WBTW art. 31 voorkomen
WBTW art. 441 voorkomen
WBTW art. 531 voorkomen