Vrijstellingen voor onderwijsactiviteiten. beroepsopleiding en -herscholing. vrijstellingen voor handelingen verricht door instellingen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

2343 2 februari 2011

Zoeken

Vrijstellingen voor onderwijsactiviteiten. beroepsopleiding en -herscholing. vrijstellingen voor handelingen verricht door instellingenvrijstellingen voor onderwijsactiviteiten. beroepsopleiding en –herscholing. vrijstellingen voor handelingen verricht door instellingen zonder winstoogmerk

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/2343-vrijstellingen-onderwijsactiviteiten-beroepsopleiding-herscholing-handelingen-7b65

Nummer
2343
Datum
2 februari 2011

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vrijstellingen voor onderwijsactiviteiten

Beroepsopleiding en -herscholing

Vrijstellingen voor handelingen verricht door instellingen zonder winstoogmerk

VRAAG

Muriel Gerkens: Artikel 44 van het Btw-Wetboek bepaalt dat het verstrekken van school- of universitair onderwijs, beroepsopleiding en -herscholing, en het verrichten van de nauw daarmee samenhangende diensten en leveringen van goederen door instellingen die daartoe door de bevoegde overheid zijn erkend of die aan dergelijke instellingen zijn toegevoegd of ervan afhangen, vrijgesteld zijn van btw.

Wat moet worden verstaan onder 'instellingen die daartoe door de bevoegde overheid zijn erkend' wordt echter nergens verduidelijkt.

De publiekrechtelijke instellingen kunnen niet worden bedoeld aangezien de activiteiten van die instellingen in beginsel geen economisch karakter hebben en dus niet onder de toepassing van de btw vallen.

Wat zijn, buiten de niet-openbare instellingen voor basisonderwijs, lager, middelbaar of universitair onderwijs, die 'door de bevoegde overheid erkende instellingen'?

Het arrest van het Hof van Cassatie van 14 januari 2010 bevestigt dat de door de administratie bij omzendbrief opgelegde voorwaarde, dat de vrijstelling slechts kan worden toegekend aan instellingen die niet systematisch winst nastreven, onwettig is. De Raad van State had eerder al geoordeeld (arrest 145.138 van 30 mei 2005) dat het bepalen van de draagwijdte van een btw-vrijstelling in een ministeriële omzendbrief onverenigbaar is met artikel 172 van de Grondwet, waarvan het tweede lid bepaalt dat geen vrijstelling of vermindering van belasting kan worden ingevoerd dan door een wet.

Aanvaardt de administratie deze principearresten?

ANTWOORD

Minister Didier Reynders: De minister van Financiën is als enige bevoegd om vast te stellen dat een instelling aan de voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling zoals bedoeld in artikel 44, § 2, 4°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, voldoet. Er is geen enkele voorafgaande toestemming vereist, aangezien elke instelling als erkend beschouwd wordt zodra zij aan de voorwaarden beantwoordt.

De administratie houdt rekening met de arresten waarnaar u verwijst. De handelsvennootschappen worden immers vrijgesteld zodra ze aan de overige voorwaarden beantwoorden. Dat standpunt staat vermeld in punt 321 van de btw-handleiding (www.fisconetplus.be).

Muriel Gerkens: Alle criteria staan dus in punt 321?

Minister Didier Reynders: Er wordt geen voorafgaande vergunning uitgereikt, maar er wordt nagegaan of de criteria in acht worden genomen.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 442 voorkomens