Vr. en Antw., Kamer, 1999-2000, nr. 39, blz. 4607-4608
Medische hulpmiddelen - Tarief
VRAAG
Ik vernam via de krant dat de christelijke ziekenfondsen een campagne begonnen zijn om de BTW op medische hulpmiddelen te verlagen. Nu wordt meestal het tarief voor luxeproducten (21 %) toegepast, terwijl het volgens de christelijke mutualiteiten gaat om levensnoodzakelijke producten (belast aan 6 %). Concreet gaat het onder meer om infuuszakken, katheders, elektrodes, transfusiefilters, cassettes voor pijnmedicatie en fixatiecement voor heupprothesen.
1. Klopt het dat infuuszakken, katheders, elektrodes, transfusiefilters, cassettes voor pijnmedicatie en fixatiecement voor heupprothesen belast worden aan 21 %?
2.
a) Bent u het er mee eens dat dit levensnoodzakelijke producten zijn?
b) Zo ja, overweegt u om deze als levensnoodzakelijke producten (dus aan 6%) te belasten?
3. Zijn er Europese beperkingen hieromtrent?
ANTWOORD
Sedert 1 januari 1993 hebben de lidstaten de mogelijkheid - doch geen verplichting - een verlaagd BTW-tarief toe te passen voor de leveringen van goederen en diensten opgesomd in een limitatieve lijst vastgesteld door de Raad van de Europese Gemeenschappen en opgenomen als bijlage H bij de richtlijn 92/77/EEG van de Raad van 19 oktober 1992, tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG.
Onder categorie 4 van hierbovengenoemde bijlage H wordt vermeld: "Medische uitrusting, hulpmiddelen en andere apparaten, welke gewoonlijk bestemd zijn voor verlichting of behandeling van handicaps, voor uitsluitend persoonlijk gebruik door gehandicapten, met inbegrip van de herstelling daarvan, en kinderzitjes voor motorvoertuigen."
Gelet op betreffende Europese regelgeving kan het BTW-tarief dus niet worden verlaagd voor medische uitrusting, hulpmiddelen en andere apparaten als ze niet beantwoorden aan de in categorie 4 omschreven goederen, ongeacht hun al dan niet levensnoodzakelijk belang.
Vóór 1 januari 1993 genoten reeds welbepaalde in categorie 4 bedoelde goederen die handicaps verlichten en behandelen en die voor persoonlijk gebruik bestemd zijn, het verlaagd tarief van 6%.
Bij de omzetting in de nationale wetgeving van voornoemde richtlijn heeft België het verlaagd tarief voor die goederen behouden.
Bovendien werd de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6% vanaf 1 april 1998 uitgebreid tot een reeks hulpmiddelen voor chronische zieken.
Zodoende zijn verschillende van de door het geachte lid genoemde medische hulpmiddelen thans reeds onderworpen aan het verlaagd BTW-tarief, namelijk:
•botcement dat antibiotica met een bijkomende activiteit ten opzichte van het hulpmiddel bevat;
•toebehoren dat speciaal ontworpen is voor en onontbeerlijk is voor de werking van infuuspompen voor pijnbestrijding, zoals voorraadcassettes;
•katheders die speciaal ontworpen zijn voor en onontbeerlijk zijn voor de werking van infuuspompen voor pijnbestrijding of van apparatuur die dient voor het verhelpen of verlichten van gebreken of kwalen en die door de patiënt in de hand wordt gehouden of op andere wijze wordt gedragen dan wel wordt geïmplanteerd.