Vr. en Antw., Kamer G.Z. 1986-1987 blz. 3144
Maatstaf van heffing - Nieuwbouw - Gebruik van kosteloos verkregen afbraakmateriaal - Normale waarde - Bewijs - Werk in onroerende staat - Onroerend goed - Woning - Sloop - Aannemer van afbraakwerken - Factuur - Puin - Schenker - Begiftigde - Minimummaatstaf van heffing
VRAAG
Jaarlijks wordt aan eigenaars van nieuwgebouwde woningen de verplichting opgelegd om na betekening van het kadastraal inkomen de BTW-aangifte te doen bij het plaatselijk BTW-kantoor.
In dit verband zijn er eigenaars die geen facturen kunnen voorleggen van materialen die afkomstig zijn van gebouwen die gesloopt werden. Het betreft in dit geval materialen, die na afbraak weggehaald werden op kosteloze wijze, die als waardeloos aanzien werden door de aannemer die afbrak en die door belangstellende bouwers gerecupereerd werden.
De belangstellende bouwers halen deze materialen kosteloos weg. De aannemer die afbreekt beschouwt dit immers als puin.
1. Is de aannemer van afbraakwerken verplicht om materialen die bij afbraak normaliter gestort worden als puin, te factureren wanneer belangstellenden deze kosteloos komen afhalen ?
2. Op welke wijze zal de Administratie van de BTW deze kosteloos verkregen materialen, die verwerkt worden in een nieuw op te richten huis, berekenen, vermits de bouwheer geen factuur hiervan kan voorleggen ?
ANTWOORD
1. Wanneer een aannemer van afbraakwerken het puin dat in zijn hoofde bezwarend is, gratis laat afhalen door belangstellende bouwers, is ten aanzien van de afgifte van dat puin de BTW in principe niet verschuldigd en dient er uiteraard voor de toepassing van de BTW geen factuur te worden uitgereikt.
Op grond van artikel 10 van het BTW-Wetboek geldt immers slechts als levering die normaal de BTW opeisbaar maakt, het feit waarbij een goed ter beschikking van de verkrijger of de overnemer wordt gesteld ingevolge een contract onder bezwarende titel tot overdracht of aanwijzing van eigendom of vruchtgebruik.
2. Het bewijs dat afbraakmaterialen kosteloos werden verkregen kan door de eigenaar van een pas opgericht gebouw worden geleverd volgens de regels van het gemene recht, bijvoorbeeld door het voorleggen van een overeenkomst tussen de schenker en de begiftigde waarin de aard en de hoeveelheid van de geschonken materialen vermeld zijn.
De bewijsstukken worden gevoegd bij de bouwaangifte die krachtens artikel 64, § 4, laatste lid, van het BTW-Wetboek uiterlijk binnen drie maand vanaf de betekening van het kadastrale inkomen moet worden ingediend.
In de mate waarin het bewijs waarvan hierboven sprake geleverd is, wordt voor het bepalen van de minimummaatstaf van heffing bedoeld in artikel 36, § 1, b), van het BTW-Wetboek de waarde van gelijkaardige nieuwe materialen van de normale waarde van het gebouw afgetrokken.
Indien het geacht Lid een concreet geval beoogt, ben ik uiteraard bereid het te laten onderzoeken, wanneer hij mij de identiteit van de betrokken persoon mededeelt.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.