Haarwerken, Verlaging btw-tarief · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

233 16 februari 2021

Zoeken

Haarwerken, Verlaging btw-tarief

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/233-haarwerken-verlaging-btw-tarief-nathalie-4b7e

Nummer
233
Datum
16 februari 2021

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

25 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 233 van mevrouw Nathalie Muylle d.d. 16.02.2021

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2020-2021, QRVA 55/046 d.d. 07.04.2021, blz. 149

Vraag nr. 233 van mevrouw de volksvertegenwoordiger Nathalie Muylle van 16 februari 2021 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

Haarwerken. - Verlaging btw-tarief.

VRAAG

Haar verliezen is een ingrijpende gebeurtenis en emotioneel soms erg moeilijk om dragen. Jaarlijks worden duizenden mensen hiermee geconfronteerd. Deze mensen kunnen ervoor kiezen om een haarwerk te dragen. Echter, aangezien haar verliezen vaak een gevolg van een ziekte is, komt er dikwijls nog heel wat bij kijken. Los van het zwaarwegende emotionele aspect kunnen ook de kosten van de behandelingen en therapieën hoog oplopen. Hoewel een haarwerk de nodige boost zou kunnen geven aan deze mensen om hun zelfbeeld en vertrouwen terug op te krikken, hangt ook nog eens aan dergelijk haarwerk een stevig prijskaartje vast. Zo kost een haarprothese gemiddeld 750 euro.

Momenteel is er in België voor de aankoop van een haarprothese wel degelijk een tussenkomst door de ziekteverzekering. Aanvullend kan ook de hospitalisatieverzekering worden aangesproken, indien de terugbetaling van haarwerken in de polis staat. Voor de verplichte tussenkomst door het ziekenfonds dient te worden voldaan aan een van de volgende drie voorwaarden:

- volledige kaalheid door radio- of chemotherapie (tussenkomst van 180 euro);

- kaalheid van meer dan 30 % door de huidziekte alopecia areata; kaalheid van meer dan 30 % door haaruitval met verlittekening (cicatriciële alopecie) van fysisch/chemische, traumatologische of inflammatoire oorsprong (tussenkomst van 180 euro);

- haaruitval met verlittekening door radiotherapie (tussenkomst van 270 euro).

Ondanks deze gedeeltelijke terugbetaling door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) blijven de kosten voor haarwerken hoog voor mensen die worden geconfronteerd met haarverlies. Wij zouden hier graag iets aan doen. Zo werd in 2019 een wetsvoorstel (DOC 55 77/001) ingediend, dat nog steeds in bespreking is, om een verlaagd btw-tarief (6 % in plaats van 21 %) in te voeren op haarwerken. Als we weten dat een haarprothese gemiddeld 750 euro kost (incl. 21 % btw), dan weten we dat diezelfde haarprothese 675 euro kost aan een btw-tarief van 6 %. Het gemiddelde verschil van 93 euro per prothese die een patiënt uitspaart, kan zeker het verschil maken.

Dergelijke verlaging is echter niet eenvoudig in het kader van de Europese btw-richtlijn. Zo argumenteerde in 2016 de toenmalige minister van Financiën in een antwoord op een schriftelijke vraag het volgende: "De lidstaten van de Europese Unie kunnen slechts een verlaagd btw-tarief toepassen op de in bijlage III van de btw-richtlijn opgesomde goederen en diensten. Omdat deze bijlage een uitzondering vormt op de algemene regel van de toepassing van het standaard btw-tarief, worden de bewoordingen ervan door het Hof van Justitie van de Europese Unie strikt geïnterpreteerd. Dat heeft tot gevolg dat sommige goederen en diensten die in de lidstaten manifest tegemoet komen aan bepaalde sociale of medische noden toch niet aan een verlaagd btw-tarief kunnen worden onderworpen. Zo zou uit rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zaak C-360/11 en zaak C-573/15) ook blijken dat haarwerken niet in aanmerkingen kunnen komen voor de toepassing van een verlaagd btw-tarief op grond van punt 3 of 4 van voormelde bijdrage III omdat ze niet zouden beantwoorden aan de begrippen "farmaceutische producten" of "medische uitrusting"".

Meer specifiek pleiten wij voor een verlaagd btw-tarief voor haarprothesen, zij het onder strikte voorwaarden, met name de haarprothesen die voorkomen in de nomenclatuur en onder de gestelde voorwaarden in aanmerking komen voor terugbetaling door het RIZIV/ziekenfonds. Zo wordt de btw-verlaging strikt afgelijnd en wordt er tegemoetgekomen aan de vereisten van het Europees Hof van Justitie.

Punt 4 van bijlage III van de btw-richtlijn stelt dat lidstaten een btw-verlaging mogen doorvoeren in het kader van "medische uitrusting, hieronder begrepen in huur, hulpmiddelen en andere apparaten die gewoonlijk bestemd zijn voor verlichting of behandeling van handicaps, voor uitsluitend persoonlijk gebruik door gehandicapten, met inbegrip van de herstelling daarvan, en levering van kinderzitjes voor motorvoertuigen". Een btw-verlaging voor haarprothesen zou dus mogelijk zijn aangezien het beantwoordt aan "hulpmiddelen en andere apparaten die gewoonlijk bestemd zijn voor de verlichting of behandeling van handicaps, voor uitsluitend persoonlijk gebruik door gehandicapten".

In Europeesrechtelijke context wordt het begrip "handicap" immers opgevat als "een beperking die met name het gevolg is van langdurige lichamelijke, geestelijke of psychische aandoeningen die in wisselwerking met diverse drempels de betrokkene kunnen beletten volledig, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met andere werknemers aan het beroepsleven deel te nemen". Aangezien haaruitval ten gevolge van een chronische ziekte of door chemotherapie ten gevolge van kanker kan leiden tot een verminderd zelfbeeld en dus tot een psychologische handicap, kunnen de mensen die hiermee geconfronteerd worden, ons inziens, weldegelijk aanspraak maken op een haarprothese die zo'n psychologische handicap kan verlichten. Op die manier kan die drempel ook verkleind worden voor die mensen om daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met andere werknemers aan het sociaal en/of beroepsleven deel te nemen.

Daarnaast zijn haarstukken ook gewoonlijk bestemd voor de verlichting of behandeling van handicaps. Haarprothesen zijn immers enkel verkrijgbaar op doktersvoorschrift, indien patiënten een terugbetaling willen verkrijgen van het RIZIV of van het ziekenfonds. Dit voorschrift sluit dus uit dat haarprothesen ter verlichting of behandeling van handicaps bestemd kunnen worden voor andere doeleinden.

Tenslotte zijn haarstukken eveneens bestemd voor uitsluitend persoonlijk gebruik aangezien de bedoelde haarprothesen enkel kunnen worden gebruikt door de patiënt of daarbuiten door een individu. Bijgevolg lijken haarstukken te voldoen aan alle criteria uit punt 4 van bijlage III van de btw-richtlijn met het oog op verlaging van btw-tarief.

1. Hoe staat u tegenover dergelijke btw-verlaging?

2. Bent u bereid een initiatief te ondernemen dat in lijn ligt met bovenvermeld wetsvoorstel?

ANTWOORD

van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 01.04.2021:

1. Mijn administratie heeft, rekening houdend met de recente uitspraken van het Hof van Justitie, onderzocht of haarprotheses voor patiënten, die ingevolge ziekte of medische behandeling, zoals door u omschreven, geheel of gedeeltelijk haaruitval of kaalheid vertonen, al dan niet bedoeld zijn in categorie 4 van de bijlage III bij de btw-richtlijn 2006/112/EG.

Uit het onderzoek blijkt dat haarprothesen die voorkomen in de nomenclatuur en onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een terugbetaling door het RIZIV of het ziekenfonds bedoeld zijn in voornoemde categorie 4 en zodoende in aanmerking kunnen komen voor een verlaagd btw-tarief.

2. Een verlaging van het btw-tarief voor haarprothesen die om medische redenen worden aangekocht, is in overeenstemming met de Europese wetgeving.

Dit vereist echter een aanpassing van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.

Persoonlijk sta ik positief tegenover uw wetsvoorstel, en ik ben bereid om een initiatief te nemen in die zin.

Aangehaalde teksten

3