Vr. en Antw., Senaat, 1984-1985, nr. 28, blz. 1364-1365
Wisselagenten en wisselagent-correspondenten - Beursvennootschappen - Verkoop van goud normaal als beleggingsobject gebruikt - Gemengde belastingplichtigen - Bijzondere regeling
VRAAG
Als ik het goed voorheb, is de makelaar ten dele aan de BTW onderworpen, daar zijn verkoop van goud van beleggingen binnen de sfeer van de BTW valt en zijn andere verrichtingen daarbuiten.
Geeft zulks hem het recht om een gedeelte van de BTW op zijn investeringen en bedrijfslasten af te trekken ?
Past men op zijn bijzonder geval de proportionele regeling, de werkelijke bestemming of een andere regeling toe ?
ANTWOORD
Wisselagenten en wisselagenten-correspondenten die in de uitoefening van hun economische activiteit zowel met BTW belastbare handelingen (verkoop van goud, vermogensbeheer, enz.) als handelingen die op grond van artikel 44, § 3, 10°, van het BTW-Wetboek van deze belasting zijn vrijgesteld (wissel-, beursverrichtingen, enz.), verrichten, hebben de hoedanigheid van gemengde belastingplichtige.
Wanneer het bedrag van de leveringen van goud dat normaal als beleggingsobject wordt gebruikt en het bedrag van de andere met BTW belastbare handelingen, afzonderlijk, niet meer dan 5 pct. van hun jaarlijkse totale omzet bedragen, kunnen de wisselagenten en de wisselagent-correspondenten van bepaalde verplichtingen op het stuk van de BTW worden ontheven. In dat geval kunnen zij hun recht op aftrek voor het geheel slechts uitoefenen ten aanzien van de BTW geheven van het goud dat zij hebben ingevoerd, intracommunautair hebben verworven, of dat hun door belastingplichtigen werd geleverd.
Deze regeling wordt uiteengezet in de aanschrijving nr. 21 van 3 december 1981.
Wanneer zij de toepassingsvoorwaarden van deze regeling niet vervullen of zich er niet wensen op te beroepen, gelden voor die wisselagenten en wisselagent-correspondenten alle rechten en verplichtingen verbonden aan de hoedanigheid van belastingplichtige.
In dit verband preciseert nr. 9 van de aanschrijving nr. 18 van 28 september 1981 dat het opnemen van de verkoopprijs van het goud in de teller en in de noemer van het algemeen verhoudingsgetal de aftrek zou vervalsen zodat, in het onderhavige geval, de toepassing van de regel van het werkelijke gebruik werd opgelegd.
Alle aftrek van de BTW geheven van de uitgaven met betrekking tot de handelingen die buiten de toepassingssfeer van de BTW vallen of van de BTW zijn vrijgesteld is dan, in principe, uitgesloten. Daarentegen mag de BTW geheven van de uitgaven uitsluitend gedaan met betrekking tot de met BTW belastbare handelingen, zoals de verkopen van goud, of de handelingen die recht op aftrek geven (art. 45, § 1, 4° en 5°), volledig in aftrek worden gebracht.
Wat de BTW geheven van de algemene onkosten en de investeringen betreft, deze kan worden afgetrokken volgens een bijzonder verhoudingsgetal waarin, wat de leveringen van goud betreft, zowel in de teller als in de noemer slechts het verschil tussen de verkoopprijs exclusief BTW en de aankoopprijs exclusief BTW mag worden opgenomen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.