Factureringsplicht. Ontheffing bij levering van goederen of verstrekking van diensten aan particulieren. · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

230 5 april 1985

Zoeken

Factureringsplicht. Ontheffing bij levering van goederen of verstrekking van diensten aan particulieren.Factureringsplicht. Ontheffing bij levering van goederen of verstrekking van diensten aan particulieren. Voorwaarden. Verantwoording van bedrijfsuitgaven en -lasten. Bewijsmiddelen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/230-factureringsplicht-ontheffing-levering-goederen-verstrekking-eadb

Nummer
230
Datum
5 april 1985

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

27 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Factureringsplicht - Ontheffing bij levering van goederen of verstrekking van diensten aan particulieren - Voorwaarden - Verantwoording van bedrijfsuitgaven en -lasten - Bewijsmiddelen

VRAAG

Voor het leveren van goederen en verstrekken van diensten aan particulieren, en in het bijzonder aan de bezoldigden, is de BTW-belastingplichtige ontheven van de verplichting een factuur uit te reiken (art. 8, kon. besl. nr. 1 van 23 juli 1969). Nochtans worden de bezoldigden verzocht voor alles en nog wat een bewijsstuk voor te leggen ter verantwoording van de opgegeven bedrijfsuitgaven of -lasten ter gelegenheid van het onderzoek van de belastingtoestand.

Meent de Minister niet dat wanneer van de algemene regel afgeweken wordt, de feitelijke of rechtelijke precisering zou moeten opgegeven worden wanneer naar bewijsstukken wordt gevraagd bij particulieren? Kan de Minister mij eveneens een opsomming geven van de uitzonderingen op de algemene regel waar wel een factuur moet uitgereikt worden en in welke wet of besluit deze uitzondering is voorzien (vermelding van het Belgisch Staatsblad indien mogelijk)?

Kan de Minister mij eveneens zeggen welke richtlijnen aan de ambtenaren worden gegeven voor de raming van de bedragen waarvoor de particulier geen factuur heeft ontvangen, en wat de belastingplichtige moet doen ingeval de ambtenaren om dergelijke bewijsstukken verzoeken of, bij gebrek aan voorlegging, overgaan tot een aanslag van ambtswege?

ANTWOORD

1 . Toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde

De belastingplichtige is, overeenkomstig artikel 8, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, ontheven van de verplichting een factuur uit te reiken wanneer hij goederen levert of diensten verstrekt aan particulieren die deze goederen of diensten niet bestemmen voor de uitoefening van een beroepswerkzaamheid.

De factureringsplicht blijft bijgevolg bestaan voor leveringen en diensten aan particulieren, in casu aan bezoldigden, wanneer de verstrekte handelingen door deze personen bestemd worden voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid.

Krachtens artikel 8, tweede lid, van voornoemd koninklijk besluit geldt de in het eerste lid van dat artikel beoogde ontheffing niet, en dit ongeacht de hoedanigheid van de medecontractant, ten aanzien van:

1° leveringen van:

a) personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen, kampeerauto's, motorfietsen, en hun aanhangwagens, daaronder begrepen de kampeerwagens;

b) jachten en plezierboten;

c) vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen, zweefvliegtuigen, vrije of bestuurbare luchtballons, en andere dergelijke luchtvaartuigen, ongeacht of ze zwaarder of lichter zijn dan de lucht, met of zonder motor;

2° leveringen van gebouwen bedoeld in artikel 9, § 3, van het Wetboek;

3° werk in onroerende staat;

4° verkopen op afbetaling en huurkopen;

5° de leveringen verricht in verkoopinrichtingen die normaal niet toegankelijk zijn voor particulieren of door voortbrengers- of grossiersbedrijven die niet bijzonder ingericht zijn voor de verkoop in het klein;

6° de leveringen die betrekking hebben op goederen die, gelet op de aard ervan of op de wijze waarop zij worden aangeboden, kennelijk bestemd zijn voor een handels- of beroepsgebruik, alsmede de leveringen van goederen van de soort waarin de verkrijger handel drijft of die hij normaal bestemt voor beroepsdoeleinden;

7° de leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor de onder 1° vermelde goederen, wanneer de prijs meer bedraagt dan 500 frank, belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen;

8° de andere onderhoudswerken dan het wassen, en de herstellingswerken, verricht aan de onder 1°, vermelde goederen, met inbegrip van de levering van de goederen die bij de uitvoering van deze werken werden verbruikt. Ten aanzien evenwel van de onderhouds- en herstellingswerken aan in 1°, a), genoemde voertuigen, wanneer de prijs, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde, geen 1000 fr. bereikt, mag de factuur onder de in de §§ 2 tot 8 van artikel 8bis van het koninklijk besluit nr. I gestelde voorwaarden worden vervangen door een rekening of een ontvangstbewijs met vermelding van de datum, het bedrag, belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen, verschuldigd of betaald door de klant, en de nummerplaat van het voertuig;

9° verrichtingen van verhuizing of meubelbewaring en de bij die handelingen behorende prestaties.

2. Toepassing van de inkomstenbelastingen

Ik zie niet in waarom feitelijke of rechtelijke precisering zou moeten worden opgegeven wanneer bij particulieren naar bewijsstukken wordt gevraagd ter verantwoording van de werkelijke bedrijfsuitgaven en -lasten waarvan de betrokkenen de aftrek vragen.

Voor het leveren van het bewijs inzake de echtheid en het bedrag van die uitgaven en lasten voorziet de wet in andere mogelijkheden dan het bewijs door middel van de factuur (z. de art. 44, eerste en tweede lid, en 248, § 1, laatste lid, van het Wetb. van de inkomstenbelastingen).

De ter zake aan de ambtenaren gegeven richtlijnen die in de nrs. 44/16 tot 44/17.15 van de administratieve commentaar van dat laatste Wetboek zijn opgenomen, bieden aan de belastingplichtigen alle nodig geachte waarborgen.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 91 voorkomen