Vennootschap. Diensten verricht door vennoten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

22 8 november 1973

Zoeken

Vennootschap. Diensten verricht door vennoten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/22-vennootschap-diensten-verricht-vennoten-lindemans-3bd6

Nummer
22
Datum
8 november 1973

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Vennootschap - Diensten verricht door vennoten

VRAAG

Krachtens artikel 18, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek is de belasting niet verschuldigd op vergoedingen uitbetaald aan zaakvoerders van personenvennootschappen.

De vennoten die gebonden zijn door een werknemerscontract kunnen artikel 18, § 1, 2°, en ook artikel 4 van het Wetboek inroepen omdat hun werkzaamheden niet zelfstandig zijn.

Sommige vennoten zijn geen zaakvoerders maar door de administratie van de directe belastingen worden zij als zelfstandigen (werkende vennoten) belast. Er wordt niet aanvaard dat zij bedienden of arbeiders zijn (en de R.M.Z.-bijdragen worden niet afgedragen). Hoe moeten zij dan voor de BTW-beschikkingen behandeld worden? Indien zij als zelfstandigen behandeld worden, is dat alleen maar krachtens de wetten op de inkomstenbelastingen. Het komt mij echter voor dat deze personen zich in een band van ondergeschiktheid bevinden (tegenover de zaakvoerder). Volgens nummer 46, alinea 1, van de BTW-Handleiding zouden zij dan ook geen BTW-belastingplichtigen zijn.

Mag ik de geachte Minister verzoeken zijn zienswijze in verband met dat probleem kenbaar te maken?

ANTWOORD

Diensten die ter uitvoering van hun statutaire opdracht door zaakvoerders van vennootschappen worden verricht, blijven ingevolge artikel 18, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek buiten de werkingssfeer van de belasting.

Diensten die vennoten aan de vennootschap anders dan als zaakvoerder verlenen, vinden normaal hun oorzaak in een werkaannemingscontract of een arbeidscontract of worden verricht ter uitvoering van een inbreng van bedrijvigheid. Alleen de diensten die geregeld worden verricht door zelfstandige vennoten, ter uitvoering van een werkaannemingscontract of een inbreng van bedrijvigheid, zijn diensten als bedoeld in artikel 18, § 1, 1°, van het Wetboek en derhalve in principe aan de belasting onderworpen.

De door werknemers verrichte prestaties worden gekenmerkt door de band van ondergeschiktheid. De vraag of deze band al dan niet bestaat is een feitenkwestie, die voor ieder geval afzonderlijk moet worden onderzocht.

Wanneer een vennoot belastingplichtige is uit hoofde van inbreng van bedrijvigheid eist de administratie overigens niet dat hij als belastingplichtige wordt geregistreerd wanneer hij alleen om reden van de inbreng in vennootschap belastingplichtige is. Maar in dit geval kan de belasting, welke geheven is van de goederen en diensten die aan de vennoot zijn gefactureerd en die hij heeft gebruikt om handelingen te verrichten voor rekening van de vennootschap, niet in aftrek worden gebracht noch door de vennoot, noch door de vennootschap waarvan hij deel uitmaakt.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 183 voorkomens
WBTW art. 41 voorkomen

Administratieve doctrine

6

« … ontvangt. Om praktische redenen eist de administratie niet dat vennoten als belastingplichtige worden geregistreerd wanneer zij alleen om reden van hun inbreng in vennootschap belastingplichtige zijn (zie ook beslissing nr. E.T. 14.699 van 22.06.1973 en schriftelijke parlementaire vraag nr. 22 van de heer Senator Lindemans van 08.11.1973 ). Deze regel is in principe slechts van toepassing wanneer de vennootschap waarin de inbreng wordt gedaan een belastingplichtige is, die gehouden is tot het indienen van periodieke aangiften en waarvan de volledige werkzaamheid aan de btw is onderworpen. … »

De belastingplichtige (01.02.2026)Administratieve commentaar01.02.2026

Bekijk de 6 documenten