Tarieven. Onroerende goederen. Sociale woning. Renovatiewerken · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

22 25 maart 1992

Zoeken

Tarieven. Onroerende goederen. Sociale woning. RenovatiewerkenTarieven. Onroerende goederen. Sociale woning. Renovatiewerken.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/22-tarieven-onroerende-goederen-sociale-woning-8020

Nummer
22
Datum
25 maart 1992

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1991-1992, nr. 8, blz. 376.

Tarieven - Onroerende goederen - Sociale woning - Renovatiewerken.

VRAAG

Het koninklijk besluit van 17 maart 1992 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de BTW en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven bepaalt dat het verlaagd tarief van 12 % van toepassing is op de levering van gebouwen bestemd voor de sociale huisvesting. Op het bouwen of vernieuwen van een sociale woning (dat zijn o.m. die woningen die door de Administratie der directe belastingen als dusdanig worden gecatalogiseerd) wordt het BTW-tarief van 19,5 % toegepast, en 20,5 % vanaf 1 januari 1994.

1. Waarom wordt dit onderscheid tussen beide vormen van sociale woningbouw gemaakt ?

2. Is er voorafgaandelijk met de Gewesten overleg gepleegd over de definitie van sociale woning ? Zo nee, waarom niet ?

3. Is er geen discriminatie door het behoud van het tarief van 6 % op vernieuwbouw van alle bestaande woningen ouder dan 20 jaar en het tarief van 12 % op nieuwbouw voor gebouwen bestemd voor sociale huisvesting ?

ANTWOORD

1. De besluiten van de besprekingen van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1991 laten aan de Lid-Staten toe, zonder daartoe enige verplichting te hebben, een verlaagd tarief in te voeren voor "de huisvesting in het kader van het sociaal beleid". De regering heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt, maar omwille van budgettaire redenen heeft men dit begrip in eerste instantie beperkt gehouden tot de privé-woningen die worden geleverd en gefactureerd aan de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen en aan de door hen erkende maatschappijen voor sociale huisvesting en die door hen worden bestemd om als sociale woningen te worden verhuurd, en tot de woningcomplexen en tehuizen voor bejaarden, gehandicapten, leerlingen en studenten en minderjarigen mits zij voldoen aan welbepaalde voorwaarden.

2. Op dit ogenblik zijn er besprekingen met de Gewesten aan de gang om te onderzoeken in welke mate het begrip sociale huisvesting kan worden uitgebreid.

3. Teneinde de verkrotting tegen te gaan en de stadskernen te herwaarderen, werd destijds het verlaagde BTW-tarief van 6 % voor de vernieuwbouw van bestaande woningen ingevoerd.

Door de Raad van de Europese Gemeenschappen werd bovendien beslist dat de Lid-Staten die op 1 januari 1991 een lager tarief toepasten voor onder andere "restauratiediensten", dit lager tarief mogen blijven hanteren. Immers sinds de invoering van dit verlaagde tarief werden vele oude en/of vervallen gebouwen gerenoveerd.

Bijgevolg kan het geacht Lid vaststellen dat bij de toepassing van het BTW-tarief van 6 % en 12 % twee verschillende doelstellingen worden nagestreefd en er dus geen sprake kan zijn van enige discriminatie : 6 % voor de vernieuwbouw en 12 % voor de sociale huisvesting.

Tenslotte is het verlaagde BTW-tarief van 6 % voor de vernieuwbouw eveneens van toepassing voor de "sociale woningbouw" wanneer deze gebouwen ouder zijn dan 20 jaar.