Vr. en Antw., Kamer
Strafmaatregelen in geval van fiscale fraude
VRAAG
In de dagbladen werd onlangs melding gemaakt van het geval van een Turkse gastarbeider die tot 4 maanden effectieve celstraf veroordeeld werd omdat hij vijf pakjes sigaretten teveel de grens had overgebracht. Hij had zich hierdoor aan een fraude van 883 fr. schuldig gemaakt.
Volgens dit relaas vond de Minister van Financiën deze straf onvoldoende en ging hij in beroep om te bekomen dat, buiten de celstraf, bovendien de auto van de betrokkene nog zou verbeurd verklaard worden. In zijn arrest van 4 februari 1982 zou het Hof van beroep van Luik op het verzoek van de Minister ingegaan zijn.
Het is mij bekend dat nog andere personen voor gelijkaardige feiten op dezelfde manier werden aangepakt door het departement waardoor soortgelijke gerechtelijke beslissingen tussenkwamen.
Waar ik overtuigd voorstander ben van een effectieve bestrijding van de fiscale fraude - ter zake mag ik verwijzen naar tussenkomsten en wetsvoorstellen die ik neerlegde - en de voormelde feiten ontegensprekelijk dienen afgekeurd te worden, meen ik dat een dergelijke zware gevraagde beteugeling niet in verhouding is tot de feiten en zeker niet in verhouding tot de onvoldoende wettelijke mogelijkheden tot bestrijding van veel ernstiger gevallen van fiscale fraude.
Derhalve wens ik te vernemen van de heer Minister:
1. of hij het normaal vindt dat zijn departement dergelijke toepassing vraagt van een wet die het mogelijk maakt dat iemand 4 maanden effectieve celstraf krijgt voor een fraude van 883 fr., waar in andere gevallen van veel zwaardere fraude niet dezelfde eisen gesteld worden;
2. of de burgers tegen dergelijke buitensporige sancties niet moeten beschermd worden;
3. wanneer hij de toegepaste strafmaat overdreven vindt, waarom hij dan in het hierboven geciteerde geval in beroep gegaan is;
4. welke maatregelen hij denkt te nemen om in het vervolg dergelijke buitensporigheden te vermijden?
ANTWOORD
Op 24 mei 1979 werd een Belgische ingezetene van Turkse nationaliteit door ambtenaren der douane en accijnzen te Martelange in overtreding gesteld wegens invoer zonder aangifte vanuit het Groothertogdom Luxemburg van 25 pakjes van 20 sigaretten boven de toegelaten vrijstelling.
Rekening houdende met de algemene richtlijnen ter zake heeft de bevoegde gewestelijke directeur der douane en accijnzen te Luik, tot regeling van het geschil, aan betrokkene een minnelijke schikking aangeboden behelzende de betaling van de ontdoken accijns, de bijzondere accijns, de BTW en een boete.
Toen na bijna twee maanden geen enkele reactie was ontvangen op dat transactioneel aanbod, werd een herinnering gezonden aan belanghebbende die evenwel niet reageerde.
Dientengevolge was de Administratie der douane en accijnzen genoodzaakt schikkingen te treffen om rechtsvervolgingen in te stellen.
Op 27 december 1979 werd proces-verbaal opgemaakt betreffende de strafbare feiten. Belanghebbende werd bij aangetekende brief uitgenodigd om bij de sluiting van dat proces-verbaal aanwezig te zijn.
Wegens zijn afwezigheid werd hem bij aangetekende brief een kopie van het proces-verbaal toegezonden.
In een volgend stadium van de procedure werd hem een dagvaarding betekend om voor de rechtbank te verschijnen.
Geen van beide handelingen vermocht enige reactie bij belanghebbende te verwekken.
Hoe dan ook voor de bevoegde correctionele rechtbank werden, onverminderd de betaling van de ontdoken rechten, de bij artikelen 220, 221 en 222 van de algemene wet inzake douane en accijnzen gestelde straffen gevorderd, zijnde een hoofdgevangenisstraf van 4 maand tot 1 jaar, een boete van tienmaal de ontdoken rechten en de verbeurdverklaring van de goederen en de gebruikte vervoermiddelen.
Belanghebbende werd bij verstek veroordeeld tot de gevorderde straffen (gevangenisstraf van vier maanden) en tot de betaling van de ontdoken rechten.
Ambtshalve werd nochtans het nodige gedaan om aan de veroordeelde kwijtschelding te verlenen van de opgelopen gevangenisstraf van vier maanden. Deze maatregel was het voorwerp van het koninklijk besluit van 23 september 1981.
In tegenstelling met wat recente krantenartikels vermelden, heeft de veroordeelde dus geen enkele dag celstraf ondergaan.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.