Parlementaire vraag nr. 2157 van mevrouw Isabelle Galant d.d. 22.03.2018
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2017-2018, QRVA 54/151 d.d. 04.04.2018, blz. 306
Vraag nr. 2157 van mevrouw de volksvertegenwoordiger Isabelle Galant van 22 maart 2018 (Fr.) aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude:
Het voornemen van de Europese Commissie om de regelgeving betreffende de verlaagde btw-tarieven te hervormen
VRAAG
Op grond van de Europese btw-wetgeving kan een verlaagd btw-tarief worden toegepast voor alle voedingsproducten behalve alcoholische dranken. De wetgeving bepaalt precies voor welke producten een verlaagd tarief mag worden toegepast. Daarnaast bestaan er nog 250 derogaties waardoor de lidstaten voor bepaalde goederen en diensten een nog lager tarief mogen hanteren. Er kunnen voor eenzelfde product dus btw-verschillen bestaan tussen de lidstaten onderling.
De Europese Commissie stelt een grondige hervorming van de btw-regeling voor. Voortaan zou elk land het recht hebben twee tarieven tussen 5 en 15 %, een tarief tussen 0 en 5 % en een nultarief voor te stellen, dat alles voor een onbeperkt aantal producten. De lijst met producten en diensten die voor een verlaagd tarief in aanmerking komen en de huidige derogaties zouden met andere woorden verdwijnen. Wel zouden er uitzonderingen blijven bestaan, die worden opgenomen op een negatieve lijst, met onder meer alcoholische dranken, tabaksproducten en wapens. Die producten zouden moeten worden belast tegen het standaardtarief van elke lidstaat.
De toepassing van die nieuwe verlaagde tarieven zou de budgettaire stabiliteit van de lidstaten nochtans niet op de helling zetten, want er moet rekening worden gehouden met de regels van het Europese Stabiliteitspact. De Europese Commissie preciseerde voorts dat het gemiddelde btw-tarief, rekening houdend met alle btw-tarieven en met het respectieve belang van de sectoren, minstens 12 % bedraagt.
1. Wat denkt u van dat nieuwe voorstel van de Europese Commissie? Zal het een betere onderlinge afstemming van de btw tussen de lidstaten mogelijk maken?
2. Hebt u het voorstel al bestudeerd uit het oogpunt van de begrotingsimpact? Zullen onze financiën en onze begroting er wel bij varen?
3. Wat wordt de economische impact van die hervorming, meer bepaald op de prijs van courante consumptiegoederen?
ANTWOORD
van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 30.03.2018:
De Europese reglementering geeft de Lidstaten op dit moment de mogelijkheid om een beperkt aantal verminderde tarieven toe te passen voor een limitatieve lijst van goederen en diensten. Het nieuwe voorstel keert die redenering om en geeft de Lidstaten voortaan de mogelijkheid om verminderde btw-tarieven toe te passen voor alle goederen en diensten, met uitzondering van enkele die op een limitatieve lijst worden geplaatst.
Het spreekt voor zich dat een dergelijke aanpak meer manoeuvreerruimte en dus ook meer verantwoordelijkheid aan de Lidstaten geeft. De Europese Commissie geeft echter aan dat ze vertrouwen heeft in het feit dat de terugkeer naar het subsidiariteitsbeginsel ten aanzien van de Lidstaten en wat de btw-tarieven betreft, geen negatieve gevolgen zal hebben voor de werking van de Europese markt, met name gezien de andere btw-hervormingen die aan de gang zijn.
Dit voorstel zou voor ons fiscaal beleid in elk geval wel kunnen leiden tot de integratie van de recente socio-economische evoluties die ter verantwoording van een verminderd btw-tarief, dat nu tegen de Europese reglementering indruist, kunnen ingeroepen worden. Ik ben van mening dat milieuvriendelijke activiteiten, bijvoorbeeld, moeten bevorderd worden, maar met inachtneming van budgettaire overwegingen. Bovendien vind ik dat het gewogen gemiddeld btw-tarief in België niet mag stijgen.
Het voorstel van richtlijn moet evenwel nog worden besproken en door alle Lidstaten worden goedgekeurd. Een dergelijke hervorming zal tal van debatten en de gebruikelijke tegenkanting uitlokken en zo zal uiteindelijk slechts een compromis worden bereikt. Het is pas zodra het voorstel uiteindelijk wordt aangenomen dat de gevolgen ervan kunnen gemeten worden, zowel op budgettair niveau als op het niveau van de prijzen van goederen en diensten, via de tarieven die op dat ogenblik op nationaal niveau worden gewijzigd.
Los van het ogenblik waarop de onderhandelingen over dat voorstel tot een akkoord zullen leiden, gaan die nieuwe bepalingen pas in werking treden vanaf de datum waarop alle technische maatregelen betreffende de werking van het definitieve btw-stelsel dat op de belastingheffing in de Lidstaat van bestemming is gebaseerd, in de nationale wetgeving van de Lidstaten worden ingevoerd.
Gezien dus niet vaststaat binnen welke termijn die reglementering van toepassing zal worden, zal de Commissie instaan voor de evaluatie binnen het btw-comité van de huidige bijlage III van de richtlijn betreffende de verminderde btw-tarieven zodat specifieke verzoeken van de Lidstaten op die manier in aanmerking worden genomen. Daarna zou een wetgevingsvoorstel van de Commissie tot aanpassing van de betrokken bijlage III moeten volgen.