Vr. en Antw., Kamer
V.Z.W.'s - Terbeschikkingstelling van zalen met de daarbij behorende uitrusting (lichamelijk roerende goederen en onroerende goederen door bestemming)
VRAAG
Het blijkt dat er verschillende interpretaties bestaan bij de onderscheiden BTW-directies over het al dan niet BTW-plichtig zijn en het BTW-tarief dat moet toegepast worden bij verhuren van zalen door een V.Z.W.
Ten einde hierover klaarheid te krijgen wensen wij aan de Minister van Financiën het volgende geval voor te leggen dat zich meermaals voordoet. Een aantal parochiale V.Z.W.'s verhuren bijvoorbeeld voor uitvaartmissen hun zaal aan de betrokken families. Zij stellen bij die gelegenheid ook dranken beschikbaar die zich in de bierkelder bevinden, zonder dat deze dranken door de V.Z.W. worden geserveerd aan de gebruikers.
Graag vernamen wij van de Minister of het verhuren van de zaal en het beschikbaar stellen van dranken in zijn totaliteit onderworpen is aan hetzelfde BTW-tarief dan wel, of de huurprijs mag gesplitst worden in een roerend en onroerend gedeelte, en dit in samenspraak met de diensten van de BTW?
ANTWOORD
Wanneer een V.Z.W. een zaal ter beschikking stelt, kunnen zich tal van feitelijke en juridische situaties voordoen die aanleiding kunnen geven tot een verschillende regeling op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.
In het door het geacht Lid bedoelde geval gaat het klaarblijkelijk om een parochiale V.Z.W. die een zaal, met inbegrip van de bijhorende lichamelijk roerende goederen en onroerende goederen door bestemming (stoelen, tafels, bestek, enz.), ter beschikking stelt van een familie ter gelegenheid van een uitvaartmis en daarenboven aan betrokkenen een voorraad dranken bezorgt, zonder dat een verantwoordelijke van de V.Z.W. op om het even welke wijze tussenkomt in het verdelen of opdienen van die dranken.
In het laatstbedoelde geval valt de verhuur van de zaal buiten de werkingssfeer van het BTW-Wetboek in de mate waarin hij betrekking heeft op het genot van de zaal zelf. De verhuur wordt daarentegen bedoeld in artikel 18, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek, in de mate waarin het genot betrekking heeft op lichamelijk roerende goederen of op onroerende goederen die slechts onroerend zijn door bestemming. De belasting is verschuldigd tegen het tarief van 19% over het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op de verhuur van de laatstgenoemde goederen.
Wanneer tussen de V.Z.W. en de huurders een enige prijs werd bedongen dient deze dan ook te worden uitgesplitst onder toezicht van de administratie.
De terbeschikkingstelling van de dranken is, in het hier bedoelde geval, een levering in de zin van artikel 10 van het BTW-Wetboek, die aan de belasting onderworpen is tegen het tarief dat voor die dranken, volgens hun aard, van toepassing is en niet tegen het tarief van 17% dat specifiek van toepassing is op de dienst bestaande in het verschaffen van drank om ter plaatse te worden verbruikt (BTW-Wetboek, art 18, § 1, 11°).
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.