Gemeenschappelijk landbouwmachines Landbouwcoöperatie. Landbouwmachine. Terbeschikkingstelling van landbouwmaterieel. Tarief. Landbouw. Coöperatieve vennootschap. Roerende · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

212 15 juni 1978

Zoeken

Gemeenschappelijk landbouwmachines Landbouwcoöperatie. Landbouwmachine. Terbeschikkingstelling van landbouwmaterieel. Tarief. Landbouw. Coöperatieve vennootschap. RoerendeGemeenschappelijk landbouwmachines Landbouwcoöperatie. Landbouwmachine. Terbeschikkingstelling van landbouwmaterieel. Tarief. Landbouw. Coöperatieve vennootschap. Roerende verhuur. Aannemingscontract betreffende een landbouwdienst. Bebouwingswerkzaamheid. Oogstwerkzaamheid. Teeltwerkzaamheid

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/212-gemeenschappelijk-landbouwmachines-landbouwcooperatie-landbouwmachine-f68f

Nummer
212
Datum
15 juni 1978

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

23 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1977-1978 blz. 2804

Gemeenschappelijk landbouwmachines Landbouwcoöperatie - Landbouwmachine - Terbeschikkingstelling van landbouwmaterieel - Tarief - Landbouw - Coöperatieve vennootschap - Roerende verhuur - Aannemingscontract betreffende een landbouwdienst - Bebouwingswerkzaamheid - Oogstwerkzaamheid - Teeltwerkzaamheid

VRAAG

Al degenen, die op landbouwgebied verantwoordelijkheid hebben, zoeken naar het meest geschikte middel om samenwerking te bevorderen.

ANTWOORD

Zo werden de coöperaties, opgericht met het doel gemeenschappelijk landbouwmachines te gebruiken, bevorderd en gesubsidieerd.

Het doel zelf van die verenigingen was niet materieel te verhuren maar aaneen te sluiten om het gemeenschappelijk aan te kopen en te gebruiken.

Het komt voor dat het Bestuur van de BTW nu tot controle overgaat en belasting wil heffen op de terbeschikkingstelling van landbouwmaterieel tegen een tarief van 18 % (16 % in 1978) alsof het om een verhuring ging, onder voorwendsel dat geen werkkracht wordt geleverd.

Met werkkracht zou het tarief tot 6 % worden verminderd.

Wil de Minister de volgende vragen beantwoorden .

1° Als een landbouwcoöperatie van haar leden een vergoeding vraagt om een door de coöperatie aangekochte landbouwmachine ter beschikking te stellen, gaat het dan om een produkt van een werk inzake landbouw ?

2° Als bij de beloning niet enkel rekening wordt gehouden met de terbeschikkingstelling van de machine maar ook met de uren van de bestuurder, geldt dan hetzelfde ?

3° Als het werk wordt uitgevoerd voor rekening van iemand die geen lid is van gemelde coöperatie, is het dan ook zo voor de eerste en de tweede vraag ?

4° Als een coöperatielid doorgaans een machine van de vennootschap bestuurt moet zijn eigen werk in rekening worden gebracht, als hij met die machine op zijn eigen grond werkt ?

5° Is het beginsel zelf van de landbouwcoöperatie niet in gevaar als de thesis van het Bestuur van de BTW in aanmerking wordt genomen ?

6° Wat zijn de maatregelen die zullen worden genomen om die toestand te regelen ?

Antwoord: Wanneer een overeenkomst gesloten tussen een coöperatieve vennootschap een één van haar leden enkel de terbeschikkingstelling, tegen vergoeding, van een landbouwmachine zonder geleider tot voorwerp heeft, gaat het om een roerende verhuur.

De uitvoering van die overeenkomst van roerende verhuur is een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, 4°, van het BTW-Wetboek. Deze dienst is belastbaar tegen het tarief van 16 % (18 % voor 1 januari 1978) aangezien hij niet is opgenomen in één van de tabellen van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven. De belasting is verschuldigd over de gevraagde vergoeding voor de terbeschikkingstelling van de machine, terwijl de waarde van het werk dat de gebruiker van de machine verricht niet aan de belasting onderworpen is.

Daarentegen is de overeenkomst waarbij een coöperatieve landbouwvennootschap zich verbindt om, tegen vergoeding, aan één van haar leden een landbouwmachine met het nodige personeel voor de werking ervan, ter beschikking te stellen, een aannemingscontract dat het uitvoeren van een landbouwdienst tot voorwerp heeft.

De uitvoering van een dergelijke overeenkomst is een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek. Deze dienst is, wegens de aard van de uitgevoerde werken, belastbaar tegen het tarief van 6 % bij toepassing van rubriek XXIV van de tabel A van de bijlage bij het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 20, waarin de bebouwings-, oogst- en teeltwerkzaamheden bedoeld zijn. Deze belasting is verschuldigd over de overeengekomen vergoeding, daaronder begrepen het werk van de geleider van de machine.

Deze oplossingen zijn van toepassing zelfs wanneer de coöperatieve vennootschap handelt met een persoon die geen lid ervan is.

Dezelfde oplossingen gelden overigens wanneer de eigenaar van de machine geen coöperatieve vennootschap is.

De toepassing van een afwijkende regeling voor landbouwcoöperaties zou nadeel berokkenen aan de handelsondernemingen die landbouwwerken verrichten. Uit dien hoofde zou een dergelijke regeling strijdig zijn met het principe van gelijke fiscale behandeling dat één van de basisbeginselen is van de belasting over de toegevoegde waarde ingesteld in uitvoering van de richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 182 voorkomens