Nalatigheidsinterest. Interest. Verplichtingen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

210 21 april 1986

Zoeken

Nalatigheidsinterest. Interest. Verplichtingen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/210-nalatigheidsinterest-interest-verplichtingen-senator-clippele-c5c7

Nummer
210
Datum
21 april 1986

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, G.Z. 1985-1986 blz. 1135

Nalatigheidsinterest - Interest - Verplichtingen

VRAAG

Artikel 305 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en artikel 91 van het Wetboek van de BTW bepalen dat in fiscale zaken de interestvoet voor nalatigheidsinteresten vastgesteld is op 1 pct. per maand, onverminderd andere wettelijke bepalingen met een zelfde draagwijdte.

Die interestvoet werd klaarblijkelijk vastgesteld in een periode toen de rentevoet op de kapitaalmarkt onvergelijkbaar hoger lag dan vandaag het geval is, terwijl de dalende tendens nog aanhoudt .

Deze interestvoet, die de Schatkist schadeloos moet stellen voor het nadeel berokkend door een laattijdige inning van de haar verschuldigde bedragen, begint dan ook meer en meer te lijken op een wettelijk georganiseerde woeker.

De uitzonderlijke traagheid waarmee betwiste gevallen worden afgehandeld, vooral op het gebied van de inkomstenbelastingen, vergroot indirect het negatieve effect van deze overdreven interestvoet.

Meent de geachte Minister niet dat de hier vermelde wettelijke bepalingen dringend moeten worden aangepast en door de bestaande interestvoet door bijvoorbeeld 0,7 pct. per maand te vervangen ?

ANTWOORD

Er bestaat onbetwistbaar een aanzienlijk verschil tussen eensdeels de rentevoet van 1 pct. nalatigheidsinteresten per kalendermaand, zoals die is vastgesteld in artikel 305 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en in artikel 91 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, en anderdeels de huidige beleningsrentevoet.

Het is evenwel noodzakelijk dat boven bedoelde interestvoet hoger zou gehouden worden dan die van de beleningsrente om te voorkomen dat belastingschuldigen, omwille van een te lage interestvoet, gewild de betaling van hun belastingen zouden spreiden of uitstellen door het indienen van bezwaarschriften die niet achteraf gegrond blijken te zijn.

Voor de volledigheid kan ik hier nog vermelden dat de regering een wijziging overweegt van de genoemde wettelijke bepalingen.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 912 voorkomens