Vr. en Antw., Senaat, 1992-1993, nr. 40, blz. 1685-1686
Handelszaak - Overdracht om niet - Toepasselijke BTW-regeling.
VRAAG
Iemand begint op enkele kilometers van het ouderlijke bedrijf een gelijkaardige zaak.
Een tijd nadien stopt de vader zijn zelfstandige activiteit om bij de zoon als arbeider onder het stelsel van de RSZ te gaan werken. Hij schenkt het nog beschikbaar deel van de uitrusting aan zijn zoon, die ze na herstelling in zijn bedrijf in gebruik neemt. Er werd geen vergoeding gevraagd voor het cliënteel.
Kan dergelijke transactie beschouwd worden als een overname van een bedrijf, zodat er in dit geval geen herziening van de afgetrokken BTW noodzakelijk is ?
ANTWOORD
De overdracht om niet van een handelszaak is niet bedoeld bij de artikelen 2 en 10 van het BTW-Wetboek, aangezien ze niet onder bezwarende titel plaatsvindt. Als zodanig is zij dus niet aan de BTW onderworpen maar zij geeft in beginsel aanleiding tot de onttrekking bedoeld in artikel 12, § 1, 3°, (12, § 1, 2°, vanaf 1 januari 1993), van het Wetboek of tot herziening van de aftrek met betrekking tot de overgedragen goederen, overeenkomstig de artikelen 5, 4°, en 10, 5°, (10, 4° vanaf 1 januari 1993), van het koninklijk besluit nr. 3.
Wanneer echter in het door het geachte Lid beoogde geval de door de vader aan zijn zoon overgedragen handelszaak alle elementen bevat waaruit deze is samengesteld en onder die omstandigheden onder toepassing van artikel 11 van het BTW-Wetboek zou zijn gevallen wanneer de overdracht onder bezwarende titel had plaatsgevonden, wordt aangenomen dat partijen de overdracht om niet beschouwen als vallend onder de toepassing van dat artikel als, uiteraard, de begiftigde zelf een belastingplichtige is. Zulks heeft dan onder meer tot gevolg dat de bedoelde onttrekking of herziening niet moet worden verricht, maar dat de begiftigde geacht wordt de persoon van de schenker voort te zetten.
Hierbij aansluitend wordt er volledigheidshalve op gewezen dat het nieuwe artikel 11 van het BTW-Wetboek van toepassing vanaf 1 januari 1993 eveneens de in genoemde bepaling bedoelde overdracht om niet beoogt.
Daar het mij voorkomt dat het geachte Lid een concreet geval beoogt, ben ik uiteraard gaarne bereid het door de bevoegde administratie te laten onderzoeken wanneer mij de identiteit van betrokkenen wordt medegedeeld.