Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 017, blz. 18-19
Tarief - Sociale en middenklassehuisvesting
VRAAG
De programmawet van 27 december 2006 heeft het btw-tarief voor sociale woningen van 12 naar 6 procent teruggebracht. Het verlaagde tarief geldt ook voor de privéwoningen die als sociale woningen zullen worden verkocht.
De Waalse Huisvestingscode maakt een onderscheid tussen sociale en middenklassewoning, op basis van de gezinsinkomsten op het ogenblik waarop de woning wordt betrokken. Naar gelang van de kwalificatie van de woning worden dus duidelijk verschillende btw-tarieven toegepast.
De combinatie van deze twee wetgevingsniveaus zorgt voor problemen omdat een zelfde woning kan worden verkocht tegen het verlaagde tarief van 6 procent als sociale woning of tegen dat van 21 procent als het om een middenklassewoning gaat.
In zijn omzetting van de Europese richtlijn interpreteert het btw-Wetboek het begrip sociaal beleid te eng. Bijgevolg is een verlaagd btw-tarief niet van toepassing op de bouw, de levering, de renovatie en de verbouwing van middenklassewoningen. Had men in de programmawet niet beter geschreven "elke woning die kadert in het sociaal beleid van de gewestelijke maatschappijen of de maatschappijen die ze erkennen"?
Ik wil er nog op wijzen dat mijn vraag niet gaat over het - ongetwijfeld even nuttige - verlaagd btw-tarief dat tot 2010 van toepassing is op bepaalde arbeidsintensieve sectoren.
Volgens de Administratie van de ondernemings- en inkomstenfiscaliteit zou het inkomenscriterium niet volstaan om het sociaal karakter van een woning aan te tonen. Kan u dat bevestigen? Op grond van welke criteria kan voor een woning het verlaagd tarief worden toegekend? Leidt het niet tot de grootste rechtsonzekerheid wanneer het departement Financiën geen rekening houdt met de gewestelijke decretale maatregelen? Voor de mensen die nu een overeenkomst tekenen waarover vóór de wijziging werd onderhandeld en die met financieringsproblemen dreigen opgezadeld te worden indien de btw-tarief naar 21 procent wordt opgetrokken, is dit een prangende vraag.
Mijn vraag sluit aan bij een interpellatie die de heer Meureau richtte aan de Waalse minister bevoegd voor Huisvesting, de heer Antoine, die in zijn antwoord naar het federale beleidsniveau verwees.
ANTWOORD
(van de heer Jamar, minister belast met de Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude)
Vraag na vraag wordt duidelijk hoe belangrijk de federale Staat nog is!
Het begrip 'sociale woning' wordt omschreven in artikel 1, 9° van de Waalse Huisvestingscode. Voor bouw- en verkoopverrichtingen met betrekking tot dat type woning kon nooit het verlaagde btw-tarief worden toegekend.
Alleen activiteiten in verband met sociale woningen komen in aanmerking voor het verlaagde tarief van twaalf procent of, in bepaalde gevallen, zes procent.
Het begrip "sociale woning" wordt noch in de zesde btw-richtlijn, noch door het Europese Hof van Justitie, noch in de nationale rechtspraak, noch in de Belgische bepalingen betreffende de toepassing van de verlaagde tarieven omschreven. In het Waalse Gewest is de enige bepalende parameter inzake de btw-toepassing dus de omschrijving die in de Waalse huisvestingscode is vastgelegd.
Aan dit punt kan tijdens een bijeenkomst van het overlegcomité inderdaad een interessante bespreking worden gewijd. Momenteel kan de federale overheid echter alleen maar verwijzen naar de omschrijvingen die door de Gewesten aan dit begrip werden gegeven.
CONCLUSIE
(van de heer Coëme)
De enige oplossing schuilt in een bijeenkomst van het overlegcomité, wat door de toestand op federaal niveau momenteel onmogelijk is.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.