Indiening van aangiften tijdens de vakantieperiode · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

204 21 september 1979

Zoeken

Indiening van aangiften tijdens de vakantieperiode

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/204-indiening-aangiften-tijdens-vakantieperiode-gol-7a69

Nummer
204
Datum
21 september 1979

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Indiening van aangiften tijdens de vakantieperiode

VRAAG

De huidige reglementering bepaalt dat de formulieren betreffende de door de ondernemingen te betalen BTW voor de twintigste van elke maand moeten worden ingediend.

Tengevolge van de vakantie heeft het bestuur van de BTW beslist voor de aangiften van juli die datum naar tien augustus te verschuiven.

Het zou wel een verheugend feit zijn als het de ondernemingen zou worden toegestaan tengevolge van de administratieve moeilijkheden waarmee zij tijdens die periode van het jaar hebben te kampen, het invullen van de formulieren te verdagen. Dat lijkt echter niet het geval te zijn.

Aangezien het bedrag van de belasting uiteraard bepaald wordt door de aangifte zelf kon men logischerwijze veronderstellen dat de betaling eveneens kon worden verdaagd tot de datum waarop het formulier werd verzonden.

Die nochtans logische interpretatie schijnt evenwel niet door het Ministerie van Financiën te worden gedeeld. Ik ken inderdaad gevallen waar de vertraging in de uitvoering van de betaling van juli voor bedoelde ondernemingen tot het aanrekenen van interesten heeft geleid voor de periode tussen twintig juli en tien augustus.

Meent de Minister niet, in de veronderstelling dat die interpretatie wel de interpretatie van het Ministerie van Financiën is, dat in de huidige crisisperiode een einde moet komen aan dit onverwacht en onverantwoord optreden en aan die ongerijmde toestanden?

ANTWOORD

Het door het geacht Lid voorgelegde probleem werd reeds herhaaldelijk opgeworpen.

Rekening houdend met de moeilijkheden welke bepaalde belastingplichtigen tijdens de zomervakantie kunnen ondervinden inzake de verwerking van de BTW-aangiften die zij gehouden zijn in te dienen, werden gedoogzaamheidsmaatregelen getroffen om de indieningstermijn van de aangiften, die krachtens de wet verstrijkt op 20 juli en 20 augustus, te verlengen tot respectievelijk 10 augustus en 10 september.

Wegens budgettaire redenen is het daarentegen niet mogelijk van de betalingstermijn af te wijken welke door de wettelijke bepalingen is vastgelegd.

De interesten, die ingevolge de geautomatiseerde procedure worden aangerekend in geval van ontoereikende betaling op de beoogde vervaldagen, zijn evenwel voor annulering vatbaar indien de belastingplichtige, die al de voor het verleden verschuldigde sommen heeft gekweten, voor 20 juli of 20 augustus, naargelang het geval, een bedrag heeft betaald gelijk aan dat wat volgens zijn aangiften respectievelijk van juni of juli eisbaar was en, voor 10 augustus of 10 september, op het tijdstip dat hij zijn aangiften betreffende de vakantieperiode indiende, het eventuele saldo heeft voldaan, waarvan die documenten de verschuldigdheid lieten blijken. Wat de belastingplichtigen aangaat die kwartaalaangiften moeten indienen, werd het bedrag van de provisie vastgesteld op één derde van de BTW verschuldigd voor de handelingen van het 1ste kwartaal van het jaar.

Een persbericht heeft te gelegener tijd herinnerd aan het bestaan van die bijzondere maatregelen en heeft de betrokken belastingplichtigen uitgenodigd zich daaromtrent in te lichten bij hun BTW-controlekantoor, waar een gedetailleerd verklarend bericht te hunner beschikking lag. De tekst van dit bericht heeft trouwens een ruime verspreiding gekend door middel van de publikaties die de beroepsgroeperingen aan hun leden laten geworden.

De annulering van de interesten zal ambtshalve plaatsvinden. Zij zal blijken uit het rekeninguittreksel dat aan de belastingplichtigen zal worden toegezonden in de loop van de maand november 1979.