Werklozen. Wettelijk toegelaten aanvullende activiteit. Hoedanigheid van BTW-belastingplichtige. Recht op aftrek · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

203 18 februari 1985

Zoeken

Werklozen. Wettelijk toegelaten aanvullende activiteit. Hoedanigheid van BTW-belastingplichtige. Recht op aftrek

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/203-werklozen-wettelijk-toegelaten-aanvullende-activiteit-a6bf

Nummer
203
Datum
18 februari 1985

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Werklozen - Wettelijk toegelaten aanvullende activiteit - Hoedanigheid van BTW-belastingplichtige - Recht op aftrek

VRAAG

Sommige werklozen mogen, binnen bepaalde perken (thuis en 's avonds) een winstgevende bedrijvigheid uitoefenen.

Ik denk o.m. aan uitkeringsgerechtigden die als zelfstandige typewerk of secretariaatsarbeid verrichten.

Die activiteit onderwerpt hen aan de BTW, mits alle voorwaarden ter zake vervuld zijn.

Zijn ze geheel of gedeeltelijk aan de BTW onderworpen?

Mijns inziens zijn ze geheel onderworpen.

Artikel 46 van het Wetboek van de BTW bepaalt immers: "wanneer de belastingplichtige bij zijn beroepsbedrijvigheid handelingen verricht die de aftrek mogelijk maken en andere verrichtingen" en het BTW-Handboek zegt (nr. 109): "wanneer een persoon een beroepsbedrijvigheid die hem aan de BTW onderwerpt, uitoefent benevens een andere bedrijvigheid, dan geldt de gedeeltelijke onderwerping".

Buitendiensten van het Bestuur van de BTW delen dat advies niet.

Welke bepaling is toepasselijk?

ANTWOORD

De werkloze die binnen de door de reglementering betreffende de arbeidsvoorziening en werkloosheid gestelde voorwaarden, met behoud van zijn recht op werklozensteun, voor een derde tegen vergoeding, een werk verricht, dient als BTW-belastingplichtige te worden aangemerkt indien hij dat werk geregeld en zelfstandig verricht.

Wanneer een dergelijke aanvullende activiteit evenwel binnen de door de aanschrijvingen nr. 19 van 22 januari 1971 en nr. 176 van 20 december 1971, gestelde voorwaarden wordt uitgeoefend voor belastingplichtigen die ertoe gehouden zijn een periodieke BTW-aangifte in te dienen, dient de werkloze die dat werk verricht zich niet als BTW-belastingplichtige te laten registreren.

Wanneer de door de bovengenoemde aanschrijvingen gestelde voorwaarden niet zijn vervuld, dient de betrokken werkloze zich wel als BTW-belastingplichtige te laten registreren.

Indien hij gehouden is tot de verplichtingen opgelegd aan iedere belastingplichtige zoals die tot voldoening van de over zijn prestaties verschuldigde BTW, kan hij daarentegen, overeenkomstig de ter zake geldende reglementering, de BTW geheven van zijn gedane uitgaven met betrekking tot de uitoefening van zijn aanvullende activiteit, in aftrek brengen.

Wanneer die uitgaven uitsluitend betrekking hebben op bedoelde activiteit kan het recht op aftrek, behoudens de beperkingen en uitsluitingen bepaald in artikel 45, §§ 2 tot 4, van het BTW-Wetboek, toegepast worden op het totaalbedrag van de BTW; wanneer die uitgaven slechts gedeeltelijk betrekking hebben op die activiteit kan het recht op aftrek slechts in die mate worden uitgeoefend.

Indien het geachte Lid een concreet geval beoogt, ben ik uiteraard bereid het door mijn diensten te laten onderzoeken wanneer mij de naam en het adres van de betrokken persoon worden medegedeeld.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 41 voorkomen
WBTW art. 451 voorkomen
WBTW art. 461 voorkomen