Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1979 blz. 1778
Teruggaaf - Voertuig voor minder-validen - Vrijstelling - Tarief
VRAAG
Volgens het koninklijk besluit van 20 januari 1975 geldt het BTW-tarief van 6 % voor de aankoop van een personenwagen door een mindervalide. In de handleiding BTW van de administratie, blz. 78, 5de paragraaf, wordt volgende commentaar gegeven bij artikel 77, § 2:
ANTWOORD
" Het voordeel van de tariefverlaging kan slechts worden ingeroepen voor een enkel voertuig per invalide. De invaliden die voldoen aan de voorwaarden om vrijstelling van verkeersbelasting te kunnen genieten, maar die vrijwillig die belasting betalen, kunnen het voordeel van de tariefverlaging niet behouden ".
Kan de achtbare heer Minister mij mededelen of een belastingplichtige die door onwetendheid de verkeersbelasting betaald heeft, maar naderhand tariefverlaging aanvraagt, het voordeel van de belastingverlaging definitief verloren heeft ?
Antwoord: Een invalide die de voorwaarden vervult om vrijstelling van de verkeersbelasting te bekomen maar die belasting betaalt omdat hij onwetend is van de vrijstelling, verliest niet noodzakelijk het voordeel van de door het geacht Lid bedoelde gunstregeling inzake belasting over de toegevoegde waarde.
Wanneer de invalide later de vrijstelling van de verkeersbelasting verkrijgt, en voor zover het voertuig uitsluitend werd en verder zal worden gebruikt voor zijn persoonlijk vervoer, kan hij immers teruggave bekomen van de BTW betaald bij de aankoop van het voertuig. Een aanvraag om teruggaaf moet daartoe worden ingediend bij het BTW-controlekantoor van het gebied waarin de invalide gevestigd is en wel binnen de termijn van twee jaar te rekenen van de datum van de betaling van de BTW.