Diensten. onderhoud en herstelling. instellingen van publiek recht. belastingvrijstelling · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

201 19 januari 2009

Zoeken

Diensten. onderhoud en herstelling. instellingen van publiek recht. belastingvrijstelling

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/201-diensten-onderhoud-herstelling-instellingen-publiek-1383

Nummer
201
Datum
19 januari 2009

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

8 paragrafen

Diensten

Onderhoud en herstelling

Instellingen van publiek recht

Belastingvrijstelling

VRAAG

1. Op grond van welke wetsbepaling aanvaardt de administratie dat er geen btw geheven wordt op herstellings-, onderhouds- en reinigingswerken die door het personeel van publiekrechtelijke instellingen uitgevoerd worden ten behoeve van die instellingen zelf? 2. Geldt die bepaling ook voor privaatrechtelijke instellingen waarvan de activiteiten vrijgesteld zijn van btw?

ANTWOORD

1. Overeenkomstig artikel 19, § 2, 1°, b, van het Btw-Wetboek wordt de uitvoering door een belastingplichtige van een werk in onroerende staat voor de doeleinden van zijn economische activiteit, met uitzondering van herstellings-, onderhouds-, en reinigingswerk, eveneens gelijkgesteld met een dienst verricht onder bezwarende titel indien dergelijk werk verricht door een andere belastingplichtige een volledig recht op aftrek van de belasting zou doen ontstaan. Er is bijgevolg geen Btw verschuldigd wanneer een publiekrechtelijke instelling als belastingplichtige handelt in de gevallen beoogd in artikel 6, tweede en derde lid, van het Wetboek. Er is dan ook geen Btw verschuldigd wanneer een publiekrechtelijke instelling als niet-belastingplichtige handelt, aangezien de niet-belastingplichtigen niet worden beoogd in artikel 19, § 2. In dat verband dient verduidelijkt te worden dat, rekeninghoudend met het arrest nr. 104/2008 van 17 juli 2008 van het Grondwettelijk Hof (dat artikel 39, a), van de programmawet van 27 december 2006 heeft vernietigd), een publiekrechtelijke instelling die door artikel 44 van het Wetboek vrijgestelde handelingen verricht, in de regel moet beschouwd worden als overheid en dus als niet-belastingplichtige. Bijgevolg ontsnapt de publiekrechtelijke instelling in elk geval aan de belastingheffing, en heeft de vereenvoudigingsmaatregel waarnaar het geachte Lid verwijst (zie circulaire nr. AOIF 24/2007 van 29 augustus 2007, punt 32, laatste alinea) geen bestaansreden meer. 1. Wat de privaatrechtelijke instellingen betreft waarvan de handelingen krachtens artikel 44 van het Wetboek zijn vrijgesteld van Btw, aanvaardt de administratie dat artikel 19, § 2 niet dient te worden toegepast ten aanzien van de herstellings-, onderhouds- en reinigingswerk (zie punt nr. 63, E, laatste alinea, van de Btw-Handleiding).

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 442 voorkomens