Nieuwe BTW-belastingplichtige. Uitoefening van het recht op aftrek voor zijn registratie · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

200 9 maart 1987

Zoeken

Nieuwe BTW-belastingplichtige. Uitoefening van het recht op aftrek voor zijn registratieNieuwe BTW-belastingplichtige. Uitoefening van het recht op aftrek voor zijn registratie als BTW-belastingplichtige

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/200-nieuwe-btw-belastingplichtige-uitoefening-recht-682e

Nummer
200
Datum
9 maart 1987

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Nieuwe BTW-belastingplichtige - Uitoefening van het recht op aftrek voor zijn registratie als BTW-belastingplichtige

VRAAG

Dikwijls wordt een natuurlijke of rechtspersoon die een aan de BTW onderworpen bedrijvigheid wil beginnen, verplicht uitgaven te doen die met die bedrijvigheid verband houden, maar voorkomen op rekening van leveranciers, die een datum dragen van voor het begin van de onderwerping aan de BTW: als begin geldt normaal de datum waarop de eigenlijke bedrijvigheid aanvangt.

Als de belastingplichtige behoorlijk opgemaakte rekeningen van zijn leveranciers, met bewijzen van betaling, voorlegt, aanvaardt het bestuur van de BTW doorgaans dat hij voorafgaande BTW aftrekt.

Gelet op die begrijpelijke houding van dat bestuur zou ik graag vernemen:

1. Of de administratieve praktijk de maximum duur bepaalt van de periode voor de belastingplicht, waarin de rekeningen van leveranciers kunnen gelden als grondslag voor aftrek van de BTW.

Wat is de duur van die periode?

2. Of bedoelde houding ook geldt wanneer de betrokkene een nieuw gebouw gekocht heeft overeenkomstig artikel 9 van het Wetboek van de BTW, en de belasting betaald heeft.

ANTWOORD

De aftrek van de BTW geheven van de door een belastingplichtige gedane uitgaven voor zijn registratie als BTW-belastingplichtige, is het voorwerp van het antwoord op de vraag nr. 84 van de heer senator Dalem van 6 december 1984 Z. Revue nr. 66. blz. 138, nr. 22. Zie art. 45 § 1, BTW-Wetboek

(bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, 1984-1985, nr. 14, blz. 573-574), waarnaar ik het geachte Lid verwijs.

Geen enkel onderscheid moet gemaakt worden naargelang de gedane uitgaven betrekking hebben op de aankoop van roerende dan wel van onroerende goederen.

De administratie heeft geen maximumtermijn vastgesteld tussen de datum van de facturen van de leveranciers en de registratie inzake de BTW van de belastingplichtige aan wie die facturen werden uitgereikt.

Indien het geachte Lid een concreet geval beoogt, ben ik bereid dit te laten onderzoeken indien mij de volledige identiteit van de betrokken persoon wordt medegedeeld.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 451 voorkomen
WBTW art. 91 voorkomen