Vr. en Antw., Senaat
Belastingplichtige - Onroerende verhuur
VRAAG
Persoon A, momenteel geen belastingplichtige, heeft het inzicht een bedrijfsgebouw op te richten op een industrieterrein met het doel dit gebouw te verhuren aan een firma A gedurende een vaste termijn van x jaar tegen een vaste jaarlijkse huurprijs van y F.
A dient daarnaast volgende diensten in dit gebouw te verstrekken en daarvoor personeel aan te werven:
- bewaking en onderhoud van het gebouw;
- afladen en herladen van de gedeponeerde ladingen volgens orders verstrekt door firma B;
- administratieve verrichtingen ter plaatse: invullen van douaneformaliteiten voor deze vrachten met buitenlandse bestemming.
a) Wordt A, door het stellen van voormelde handelingen, BTW-belastingplichtige? Zo ja:
- kan de BTW betaald op de investering teruggevorderd worden volgens de bestaande aftrekregeling op de investering van bedrijfsgebouwen;
- valt de huurprijs dan ook onder de BTW-regeling?
b) A is vennoot in een firma C (V.G.N.: vader en zoon) die het transport verzorgen zal tussen firma B en het nieuwe bedrijfsgebouw. Zo firma C de nieuwbouw voor haar rekening zou nemen, dan zou de aftrekregeling m.i. wel toegelaten zijn omwille van het bedrijfskarakter van de hele aktiviteit. Zo persoon A, omwille van de verhuring, eventueel geen BTW-belastingplichtige kan worden, en aldus de aftrekregeling niet kan genieten, dan ontstaat een fiscale ongelijkheid van de persoon A t.o.v. firma C, hetgeen de BTW-wet niet beoogt noch rechtvaardigt. Mag ik u vragen hoe de zaak billijk kan geregeld worden?
ANTWOORD
A. Wanneer iemand tegen afzonderlijke prijzen, eensdeels, een bedrijfsgebouw verhuurt en, anderdeels, zich belast met de bewaking en het onderhoud van dit gebouw, het laden en lossen van goederen en het verrichten van douaneformaliteiten met betrekking tot de uitvoer van die goederen, is die persoon een niet-belastingplichtige voor de verhuur van het gebouw - aangezien de verhuur van onroerende goederen buiten de toepassing van de BTW blijft - doch is hij daarentegen BTW-belastingplichtige voor de andere diensten. Ten aanzien echter van de bewaking en het onderhoud van het gebouw wordt aangenomen dat deze diensten nauw verbonden zijn met de onroerende verhuur en derhalve eveneens buiten de werkingssfeer van de BTW blijven.
Wat de andere opgesomde diensten betreft, ze zijn normaal aan de BTW onderworpen, doch kunnen ter zake ingevolge artikel 41, §§ 2 en 3, van het BTW-Wetboek, wegens uitvoer van de belasting vrijgesteld zijn, indien de in dit verband opgelegde voorwaarden zijn vervuld.
Aangezien het bedoelde gebouw verhuurd wordt, kan de van de oprichting ervan geheven BTW niet in aftrek worden gebracht. Daarenboven, indien gelet op wat hierboven is gezegd, ervan wordt uitgegaan dat de bewaking en het onderhoud eveneens buiten de werkingssfeer van de BTW blijven, kan de BTW betaald voor de bewakings- en onderhoudskosten evenmin in aftrek worden gebracht.
B. Wanneer de onder letter A opgesomde prestaties verricht worden door een vennootschap in plaats van door een fysiek persoon, gelden de daar gegeven oplossingen uiteraard eveneens.
Maar wanneer de vennootschap het gebouw niet zou verhuren, doch zich alleen zou belasten met vervoerprestaties en douaneformaliteiten, waarvoor het door haar opgerichte gebouw gebruikt zou worden, dan zou de met betrekking tot dit gebouw geheven BTW aftrekbaar zijn binnen de perken van artikel 100 van het Wetboek. De verschillende oplossingen vloeien voort uit het verschil in de tussen partijen gesloten overeenkomsten: een onroerende verhuur en vervoerprestaties in het eerste geval, alleen prestaties met betrekking tot vervoer in het tweede geval.
NOOT
Zie art. 4, C.B.T.W. Revue B.T.W. nr. 17, nr. 478.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.