Voldoening van de belasting door aannemers van werken in onroerende staat · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

2 30 april 1974

Zoeken

Voldoening van de belasting door aannemers van werken in onroerende staat

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/2-voldoening-belasting-aannemers-werken-in-d157

Nummer
2
Datum
30 april 1974

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Voldoening van de belasting door aannemers van werken in onroerende staat voor rekening van overheidslichamen

VRAAG

In de aanschrijving 90 van 1971 betreffende de BTW voor werken in onroerende staat van overheidslichamen, aanvaardt de administratie dat een aannemer van deze werken slechts de BTW op zijn facturen aan deze overheidslichamen moet vereffenen drie maanden na beëindiging van het werk.

Deze regeling is gesteund op het feit dat de betalingen door de overheid gewoonlijk minimaal drie maand na de facturatie worden gedaan.

Door de wetgeving op het lijkenvervoer mogen alleen de gemeenten deze activiteit uitvoeren, eventueel door bemiddeling van erkend aannemer van lijkenvervoer.

Ook deze aannemers hebben af te rekenen met trage betalingen wegens de administratieve formaliteiten die na het indienen van de opgaven der vervoeropdrachten moeten worden vervuld. Is het mogelijk dat de regel vervat in de aanschrijving 90 van 1971 ook op de hierboven vermelde activiteiten wordt toegepast?

ANTWOORD

In de aanschrijving van 8 juni 1971, nr. 90. werd ten aanzien van voor rekening van een overheidslichaam verricht werk in onroerende staat aangenomen dat de BTW over de aannemingsprijs of gedeelte ervan slechts verschuldigd is op het tijdstip waarop het overheidslichaam de aannemer schriftelijk in kennis stelt van de staat van de werken die voor betaling zijn aanvaard.

Deze regeling is gesteund op de overweging dat de oplevering van werk in onroerende staat normaal gepaard gaat met prestaties van verificatie en controle van min of meer lange duur. Deze overweging is vreemd aan het door het geachte Lid uiteengezette geval.