Parlementaire vraag nr. 199 van mevrouw Leen Dierick d.d. 07.02.2020
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019-2020, QRVA 55/014 d.d. 24.03.2020, blz. 181
Vraag nr.199 van mevrouw de volksvertegenwoordiger Leen Dierick van 07 februari 2020 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken:
Schenken van solden aan een goed doel.
VRAAG
Winkeliers kunnen voor het eerst hun niet verkochte solden weggeven aan een goed doel, zonder dat ze daarop btw hoeven te betalen. Tot voor kort moesten ze nog 21% btw betalen op stukken die ze weggaven aan liefdadigheidsinstellingen.
De wet van 7 april 2019 heeft namelijk de bestaande regeling voor voedseloverschotten uitgebreid naar de schenking van levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen, waaronder dus kledij. Hierdoor zijn handelaars niet meer verplicht om hun stock te vernietigen, wat zowel het milieu als de beoogde kansarme groepen ten goede komt. Tot voor de wetswijziging gaf maar één op de vijf handelaars hun stock weg aan een goed doel.
1. Kunt u aangeven hoeveel handelaars sinds 1 januari 2020 tot op heden hun solden/stock hebben weggeschonken aan een goed doel?
2. Hoe evalueert u zelf de wetswijziging? Ziet u in dat verband nog ruimte voor verbetering van de wetgeving?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken van 12.03.2020:
1. Mijn administratie beschikt niet over gegevens betreffende het aantal handelaars dat hun niet verkochte goederen aan een caritatieve instelling schonk. Niettemin heeft mijn administratie een raming gemaakt van de kost van de uitbreiding van de bestaande regelgeving inzake de voedseloverschotten naar de giften van levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen.
Op basis van de huishoudbudgetenquête van de FOD Economie is vastgesteld dat deze maatregel een verlies aan btw-ontvangsten van ongeveer 12 miljoen euro tot gevolg zou hebben. Uiteraard dient rekening gehouden met het feit dat de verhoging van de giften van levensnoodzakelijke niet-voedingsmiddelen door de bedrijven een vermindering van de benodigde overheidssteun aan caritatieve instellingen zou kunnen teweegbrengen en dit rekening houdend met de verhoging van de giften die zij reeds ontvangen.
De globale kost van een dergelijke maatregel blijft dus redelijk bescheiden.
2. Tot op heden ben ik nog niet op de hoogte gebracht van grote problemen met betrekking tot de toepassing van de bepaling die is ingevoerd bij de door u genoemde wet van 7 april 2019 en die het mogelijk maakt om geen btw te heffen op schenkingen van bepaalde niet-voedingsmiddelen aan de meest behoeftigen.
Er bestond wel een kleine onduidelijkheid omtrent welk soort goederen onder de betrokken bepaling vallen, die verwijst naar levensnoodzakelijk niet-voedingsmiddelen, met uitzondering van goederen die duurzaam kunnen worden gebruikt en niet meer als zodanig op de markt kunnen worden gebracht.
Voor bepaalde goederen bestaat er geen twijfel dat ze onder voormelde bepaling vallen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor basishygiëneproducten (zoals zeep, shampoo, enz.), basisschoonheids- en verzorgingsproducten, huishoudelijke schoonmaakproducten, medische producten voor huishoudelijk gebruik, wc-papier, enz.
Voor sommige andere goederen, zoals spelletjes en speelgoed, kleding en schoeisel bijvoorbeeld, zou er enige twijfel kunnen bestaan. Voor dergelijke gevallen kan evenwel worden verwezen naar de parlementaire voorbereiding van de voormelde wet, waarin kleding, schoenen en speelgoed uitdrukkelijk worden vermeld, in het licht van de doelstelling van de wet om de meest kansarmen en met name kansarme kinderen te helpen door hen in staat te stellen een waardig jeugd te beleven.