Intracommunautaire verwerving. periodieke aangifte. bewijsmiddelen. VIES-site · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

199 15 februari 2012

Zoeken

Intracommunautaire verwerving. periodieke aangifte. bewijsmiddelen. VIES-site

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/199-intracommunautaire-verwerving-periodieke-aangifte-bewijsmiddelen-16ce

Nummer
199
Datum
15 februari 2012

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Vragen en antwoorden, Kamer 2011-2012, nr 57 d.d. 19.03.2012 blz. 34

Intracommunautaire verwerving

Periodieke aangifte

Bewijsmiddelen

VIES-site

VRAAG

Kan uw administratie mij meedelen hoe een vastgoeddienstverlener die van zijn klant het btw-nummer doorkrijgt dat hem werd toegekend met het oog op de intracommunautaire verwerving van goederen of diensten vanuit het buitenland, kan weten of zijn klant al dan niet periodieke btw-aangiften indient?

ANTWOORD

(van de heer Vanackere, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Duurzame Ontwikkeling, belast met Ambtenarenzaken)

Vooreerst wens ik de aandacht van het geachte lid te vestigen op het feit dat de Europese Commissie op het internet een site "VIES" (http://europa.eu.int/vies) ter beschikking stelt die uitsluitend bestemd is om een leverancier die een intracommunautaire levering van goederen verricht of een dienstverrichter die een dienst verricht die, overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Btw-wetboek, plaatsvindt in een andere lidstaat waar hij niet is gevestigd, toe te laten te verifiëren of zijn klant over een geldig btw-identificatienummer beschikt. Ter zake wordt eraan herinnerd dat een btw-identificatienummer niet alleen wordt toegekend aan een belastingplichtige gehouden tot het indienen van periodieke aangiften maar ook hetzij aan een belastingplichtige niet-indiener of een niet-belastingplichtige rechtspersoon wiens intracommunautaire verwervingen van goederen een drempel van 11.200 euro per jaar overschrijden of die ervoor opteert om zijn intracommunautaire verwervingen aan de belasting te onderwerpen, hetzij aan een belastingplichtige niet-indiener die een dienst ontvangt die op basis van artikel 21, § 2, van het Btw-wetboek plaatsvindt in zijn lidstaat en waarvoor hij schuldenaar is. Voor werk in onroerende staat dat overeenkomstig artikel 21, § 3, 1°, van het Btw-wetboek plaatsvindt in België, voorziet de wetgeving in een verlegging van heffing wanneer de klant een in België gevestigde belastingplichtige is die gehouden is tot het indienen van periodieke aangiften of wanneer de klant een niet in België gevestigde belastingplichtige is die hier te lande een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen. Er dient te worden opgemerkt dat deze verlegging van heffing verplicht moet worden toegepast, ongeacht of de dienstverrichter gevestigd is in België (artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1, genomen ter uitvoering van artikel 51, § 4, van het Btw-wetboek) of niet gevestigd is in België (artikel 51, § 2, 5°, van het Btw-wetboek). De dienstverrichter moet met een geheel van overeenstemmende elementen het bewijs leveren dat hij de regeling van de verlegging van heffing terecht heeft toegepast op het werk in onroerende staat dat hij in België heeft verricht. De loutere verificatie op de "VIES"-site van het door de klant meegedeelde btw-identificatienummer is beslist onvoldoende om dit bewijs te leveren aangezien zij niet toelaat om uit te maken of de klant gehouden is tot het indienen van periodieke aangiften en of hij aan alle toepassingsvoorwaarden van de regeling van de verlegging van heffing voldoet. Hoewel in bepaalde gevallen de aard zelf van de activiteit van de klant en de grootte van zijn omzetcijfer gemakkelijk toelaten om te besluiten dat hij aan de voorwaarden voldoet, zal dit bewijs in andere gevallen moeilijker te leveren zijn. De bewijselementen kunnen op nuttige wijze aangevuld worden door, bijvoorbeeld, een verklaring van de klant waarin hij bevestigt dat hij gehouden is tot het indienen van periodieke aangiften en dat hij alle voorwaarden van de regeling van de verlegging van heffing vervult en, in voorkomend geval, door een attest van het bevoegde controlekantoor dat bevestigt dat de klant de hoedanigheid van belastingplichtige indiener bezit.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 213 voorkomens
WBTW art. 512 voorkomens
KB nr. 1 art. 201 voorkomen