Bijzondere toelage voor vernieuwbouw van een woning. Normale waarde van vernieuwbouwwerk. Werk · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

197 11 maart 1983

Zoeken

Bijzondere toelage voor vernieuwbouw van een woning. Normale waarde van vernieuwbouwwerk. WerkBijzondere toelage voor vernieuwbouw van een woning. Normale waarde van vernieuwbouwwerk. Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Gebouw. Bouwsector. Maatstaf van heffing. Normale waarde. Minimummaatstaf van heffing. Bouwwaarde. Bewijs. Bouwdossier. Controlemaatregel. Bouwaangifte. Woning. Subsidie. Geregistreerde aannemer

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/197-bijzondere-toelage-vernieuwbouw-woning-normale-f997

Nummer
197
Datum
11 maart 1983

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

32 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer G.Z. 1982-1983 blz. 1846

Bijzondere toelage voor vernieuwbouw van een woning - Normale waarde van vernieuwbouwwerk - Werk in onroerende staat - Onroerend goed - Gebouw - Bouwsector - Maatstaf van heffing - Normale waarde - Minimummaatstaf van heffing - Bouwwaarde - Bewijs - Bouwdossier - Controlemaatregel - Bouwaangifte - Woning - Subsidie - Geregistreerde aannemer

VRAAG

De interpretatie van sommige bepalingen van deze wet (1) door de Administratie van de BTW behoeft bevestiging:

ANTWOORD

1. Berekening van de toelage voor de vernieuwbouw. Het artikel 10, § 2, a), van deze wet luidt als volgt: "in afwijking van het bepaalde in § 1, worden voor de berekening van de toelage niet in aanmerking genomen: a) het bedrag van de maatstaven van heffing waarover tijdens de periode van 15 oktober 1980 tot 31 december 1981 belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd is geworden ter zake van vernieuwbouwwerken voor het verrichten waarvan reeds voor 15 oktober 1980 belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd is geworden ".

De administratie past dat beginsel als volgt toe: zodra de werken aanleiding hebben gegeven tot betaling, zelfs bij wijze van voorschot, hoe miniem ook, van een factuur opgemaakt voor 15 oktober 1980, verwerpt de Administratie van de BTW voor de berekening van de toelage alle facturen opgemaakt na 15 oktober 1980 en uitgaande van een zelfde aannemer. Deze interpretatie werd toegepast, hoewel er voor 15 oktober 1980 enkel maar een raming bestond die geen enkele betalingsvoorwaarde inhield, er moet overigens worden onderstreept dat het inzake vernieuwbouw nagenoeg onmogelijk is een overeenkomst op te stellen waarin de uit te voeren werken met juistheid worden bepaald.

Deze interpretatie van de Administratie van de BTW lijkt tegenstrijdig te zijn met het artikel 22 van het BTW-Wetboek, dat hierna wordt weergegeven.

" Paragraaf 1. Voor diensten vindt het belastbare feit plaats op het tijdstip waarop de dienst is voltooid. Bij doorlopende diensten die aanleiding geven tot opeenvolgende afrekeningen of betalingen wordt de dienst als voltooid beschouwd bij het verstrijken van elke periode waarop een afrekening of betaling betrekking heeft.

Paragraaf 2. De belasting wordt verschuldigd op het tijdstip waarop de dienst is voltooid. Wordt de prijs of een deel ervan voor dat tijdstip gefactureerd of ontvangen, dan wordt de belasting evenwel over het gefactureerde of ontvangen bedrag verschuldigd, al naar het geval, op het tijdstip van het uitreiken van de factuur of op het tijdstip van de incassering.

Bovendien wordt de belasting of het desbetreffende gedeelte daarvan verschuldigd op het tijdstip waarop de prijs of een deel ervan volgens contract moet worden voldaan, wanneer dat tijdstip voorafgaat aan de tijdstippen die in de vorige leden zijn bepaald.

Paragraaf 3. In afwijking van § 2 kan de Koning bepalen, dat voor de diensten verricht door de belastingplichtigen die geregeld diensten verrichten voor particulieren, de belasting verschuldigd wordt naarmate van de incassering van de prijs. ".

2. Vermindering van de toelage overeenkomstig het artikel 11 van dezelfde wet. Het artikel 11 van deze wet luidt als volgt:

" Er wordt geen toelage verleend met betrekking tot vernieuwbouwwerken waarvan de normale waarde meer dan drie miljoen tweehonderdvijftigduizend frank bedraagt. Wanneer de normale waarde meer bedraagt dan drie miljoen frank, zonder drie miljoen tweehonderdvijftigduizend frank te overtreffen, wordt de overeenkomstig artikel 10 berekende toelage verminderd met:

- 10 %, indien de normale waarde niet meer bedraagt dan drie miljoen vijftigduizend frank;

20 %, indien de normale waarde meer bedraagt dan drie miljoen vijftigduizend frank, zonder drie miljoen honderdduizend frank te overtreffen;

30 %, indien de normale waarde meer bedraagt dan drie miljoen honderdduizend frank, zonder drie miljoen honderdvijftigduizend frank te overtreffen;

40 %, indien de normale waarde meer bedraagt dan drie miljoen honderdvijftigduizend frank, zonder drie miljoen tweehonderdduizend frank te overtreffen;

- 50 %, indien de normale waarde meer bedraagt dan drie miljoen tweehonderdduizend frank, zonder drie miljoen tweehonderdvijftigduizend frank te overtreffen.

Onder normale waarde wordt verstaan, de normale waarde, in de zin van artikel 32, tweede lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, van het geheel van de dienstverrichtingen met betrekking tot een werk in onroerende staat, welke normaal verricht moet worden om soortgelijke vernieuwbouwwerken te verrichten. De in aanmerking te nemen waarde is de waarde op 1 januari 1981.

In het in artikel 10, § 3, bedoelde geval wordt alleen rekening gehouden met de normale waarde van de vernieuwbouwwerken met betrekking tot het gedeelte van het gebouw dat als woning wordt gebruikt ".

Bijvoorbeeld. Mag de Administratie van de BTW, indien het totaalbedrag van de ingediende facturen het plafond van 3.200.000 fr. met 40.000 fr. overtreft, zodat de toegekende toelage aldus met 50 % wordt verminderd, uit de berekeningsmaatstaf een post van 45.000 fr. verwerpen, omdat zij de mening is toegedaan dat het gaat om facturen waarop het artikel 3, § 1, van de wet van 24 december 1980 niet slaat ? Moet deze som in dat geval niet eveneens worden afgetrokken van het bedrag dat in aanmerking moet worden genomen voor het bepalen van liet bedrag van de vermindering, die in dat geval geen 50 %, maar slechts 40 %, bedroeg ?

3. Sinds het indienen van zijn aanvraag tot verkrijging van de toelage en na 1 januari 1982 heeft een eigenaar diverse bijkomende vernieuwbouwwerken doen uitvoeren, die natuurlijk niet kunnen worden betoelaagd omdat de BTW ondertussen tot 6 % werd verminderd.

Zou de Administratie van de BTW, in geval van klacht, om de twee redenen uiteengezet in de punten 1 en 2, rekening kunnen houden met latere facturen om te bewijzen dat het totaal van de vernieuwbouwwerken meer dan drie miljoen tweehonderdvijftigduizend frank bedraagt en dat bijgevolg geen enkele toelage verschuldigd is ?

Zou de krachtens het artikel 21 van dezelfde wet aangewezen deskundige alzo de normale waarde van de vernieuwbouwwerken kunnen bepalen, rekening houdend met werken die na 1 januari 1982 werden uitgevoerd ?

Antwoord:

1. Uit artikel 10, § 2, a), van de wet van 24 december 1980 tot instelling van een bijzondere toelage voor de bevordering van nieuwbouw en vernieuwbouw van woningen blijkt duidelijk dat geen toelage kan worden verleend voor vernieuwbouwwerken ter zake waarvan voor 15 oktober 1980 BTW verschuldigd is geworden.

De verschuldigdheid van een BTW voor 15 oktober 1980 wordt bepaald overeenkomstig het door het geacht Lid genoemde artikel 22 van het BTW-Wetboek. Het bestaan van een voorlopige raming is op zichzelf geen oorzaak van verschuldigdheid. Indien de vraag een concreet geval beoogt, zal ik een onderzoek laten instellen voor zover mij de nodige gegevens worden verstrekt.

2. De in artikel 11 van de bovengenoemde wet bedoelde normale waarde van de vernieuwbouwwerken wordt bepaald door rekening te houden met alle werken in onroerende staat betreffende de vernieuwbouw ter zake waarvan BTW verschuldigd is geworden tijdens de periode van 15 oktober 1980 tot 31 december 1981 en met de werken verricht door de bouwheer.

De omstandigheid dat facturen niet in aanmerking zouden komen voor de berekening van de toelage (bijvoorbeeld, facturen van niet-geregistreerde aannemers) neemt niet weg dat niet de werken waarop die facturen betrekking hebben rekening wordt gehouden om de bovengenoemde normale waarde te bepalen.

De vernieuwbouwwerken die vanaf 1 januari 1982 werden verricht en ter zake waarvan geen BTW voor die datum verschuldigd is geworden, komen niet in aanmerking voor het bepalen van de normale waarde bedoeld in artikel 11 van de bovengenoemde wet.

(1) Z. Revue nr. 48, blz. 159.

Aangehaalde teksten

2
WBTW art. 222 voorkomens
WBTW art. 321 voorkomen