Parlementaire vraag nr. 1955 van de heer Luk Van Biesen d.d. 06.12.2017
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2017-2018, QRVA 54/150 d.d. 29.03.2018, blz. 265
Vraag nr. 1955 van de heer volksvertegenwoordiger Luk Van Biesen van 06 december 2017 (N.) aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude:
Autonoom gemeentebedrijf
VRAAG
In antwoord op vraag nr. 1745 van mevrouw Dierick van 12 juli 2017 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 2016-2017, nr. 132, blz. 568-569) bevestigt u dat een gemeente geen vergoeding dient aan te rekenen voor de personeelsleden die aan een autonoom gemeentebedrijf worden ter beschikking gesteld en dat deze personeelskost evenmin fictief van het resultaat van het autonoom gemeentebedrijf moet worden afgetrokken om het winstoogmerk te beoordelen. Daarmee wordt beoogd de autonome gemeentebedrijven voldoende rechtszekerheid te geven in het kader van de beslissing E.T.129.288 van 19 januari 2016.
1. Kunt u bevestigen dat het niet doorrekenen van personeelskosten door een gemeente aan een autonoom gemeentebedrijf geen misbruik uitmaakt inzake btw? Dienen alle onderdelen van uw administratie, ook de Bijzondere Belastinginspectie, dit standpunt toe te passen?
2. De beslissing E.T.129.288 van 19 januari 2016 zegt dat werkingssubsidies die een autonoom gemeentebedrijf geniet, mogen worden meegerekend bij de beoordeling van het winstoogmerk van dat autonoom gemeentebedrijf, tenzij die werkingssubsidies afkomstig zijn van de gemeente. Kunt u bevestigen dat werkings- of investeringssubsidies die een autonoom gemeentebedrijf ontvangt van andere overheden zoals Gewesten, Gemeenschappen en provincies wel mogen worden meegerekend bij de beoordeling van het winstoogmerk?
ANTWOORD
van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 26.03.2018:
Ik bevestig uw visie inzake de personeelskosten. Indien bijvoorbeeld personeelsleden door een gemeente gratis ter beschikking worden gesteld van een autonoom gemeentebedrijf, dan dient de waarde van deze terbeschikkingstelling of die potentiële personeelskost niet in aanmerking te worden genomen om het boekhoudkundig resultaat te bepalen. Het bepalen van een dergelijke fictieve kost zou aanleiding geven tot aanzienlijke bijkomende administratieve lasten in hoofde van het autonoom gemeentebedrijf en in hoofde van de administratie tevens praktische moeilijkheden inzake controleerbaarheid met zich kunnen meebrengen.
De administratie zal deze kosteloze terbeschikkingstelling van personeel in principe niet aanmerken als misbruik in de zin van artikel 1, § 10, van het Btw-Wetboek.
Dit standpunt dient uiteraard door gans de administratie te worden toegepast.
De werkingssubsidies die door de gemeente aan het autonoom gemeentebedrijf worden ter beschikking gesteld, worden niet aangemerkt als ontvangsten uit een bepaalde activiteit, gelet op de nauwe band tussen het autonoom gemeentebedrijf en de gemeente. Deze werkingssubsidies mogen bijgevolg niet als bijkomende ontvangsten worden aangemerkt en mogen evenmin in mindering worden gebracht van de gedane kosten voor het bepalen van het boekhoudkundig resultaat.
Werkingssubsidies en investeringssubsidies die door een andere entiteit dan een gemeentelijke overheid aan het autonoom gemeentebedrijf worden ter beschikking gesteld, worden daarentegen wel aangemerkt als ontvangsten uit een bepaalde activiteit en mogen bijgevolg meegerekend worden bij de beoordeling van het winstoogmerk.